Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 21 april 2021
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Vaststaande feiten
€ 4.030 -/-
€ 603 -/-
€ 3.708
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende voerde in hoger beroep aan dat hij recht heeft op zelfstandigenaftrek en startersaftrek voor het jaar 2016, omdat hij aan het urencriterium zou voldoen. De Inspecteur had deze aftrekken geweigerd omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij minimaal 1.225 uren aan zijn onderneming had besteed.
De Rechtbank had het beroep ongegrond verklaard omdat de door belanghebbende overgelegde urenregistratie onvoldoende concreet en controleerbaar was. Belanghebbende beschikte niet over facturen of schriftelijke overeenkomsten en kon niet aantonen dat de uren daadwerkelijk aan de onderneming waren besteed. Tevens was het onwaarschijnlijk dat belanghebbende naast zijn dienstverbanden met 2.239 verloonde uren ook nog 1.229 uren aan zijn onderneming had besteed.
Het Hof onderschrijft deze beoordeling en bevestigt dat de urenregistratie te vaag en onvoldoende verifieerbaar is. De combinatie van dienstverbanden en onderneming leidt tot een onwaarschijnlijk hoog totaal aantal gewerkte uren. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aanslag met correctie van de zelfstandigenaftrek blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van zelfstandigenaftrek en startersaftrek bevestigd.