ECLI:NL:GHDHA:2021:762
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- W.M.G. Visser
- F.G.F. Peters
- L. van Wijck-Koolstra
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verzekeringsplicht werknemersverzekeringen bij zorgverlening door ex-echtgenoot met PGB
Belanghebbende ontvangt een persoonsgebonden budget (PGB) voor zorg en verleent deze zorg aan haar ex-echtgenoot, met wie zij sinds januari 2019 niet meer samenwoont. De Inspecteur stelde dat er geen gezagsverhouding bestond en dat de ex-echtgenoot niet verplicht verzekerd was voor de werknemersverzekeringen. De Rechtbank vernietigde deze beschikking en oordeelde dat er wel een dienstbetrekking was.
In hoger beroep bevestigt het Gerechtshof dat vanaf de datum van de aanvraag van de zorgovereenkomst, 21 januari 2019, sprake is van een arbeidsovereenkomst met een gezagsverhouding. De zorgovereenkomst en verklaringen tonen aan dat belanghebbende bindende instructies kan geven en controle kan uitoefenen op de werkzaamheden van haar ex-echtgenoot. De tegenstrijdigheden in de documenten doen hieraan niet af.
De Inspecteur wordt veroordeeld tot het betalen van proceskosten en griffierecht, en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. De beschikking van de Inspecteur wordt daarmee bevestigd dat de ex-echtgenoot verplicht verzekerd is voor de werknemersverzekeringen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard en de ex-echtgenoot is verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen.