In deze zaak gaat het om een geschil tussen [appellant] en Nationale-Nederlanden over de vergoeding van brandschade aan een loods en inventaris. De brand ontstond op 14 maart 2017 in het achterste gedeelte van de loods, waar een drugslaboratorium was gevestigd. Nationale-Nederlanden weigerde de schadevergoeding wegens niet gemelde risicowijziging en opschorting van de verzekering.
De rechtbank stelde vast dat sprake was van een drugslaboratorium en dat [appellant] de aanwezigheid daarvan niet had gemeld, waardoor de verzekering was opgeschort. Het hof onderschrijft dit oordeel en verwerpt het verweer dat alleen sprake was van opslag van drugsgerelateerde materialen. Ook oordeelt het hof dat de mededelingsplicht over de leegstand van een deel van de loods niet is geschonden.
Een belangrijk twistpunt is of de verhuur van het achterste deel van de loods voor opslag van vrieskisten en koelkasten een risicowijziging is die tot een hogere premie of andere voorwaarden zou leiden. Het hof acht een deskundigenbericht noodzakelijk om te bepalen of een redelijk handelend verzekeraar de verzekering onder dezelfde voorwaarden zou hebben voortgezet. Afhankelijk van dit oordeel zal de dekking al dan niet zijn opgeschort.
Het hof houdt de zaak aan en verwijst partijen in de gelegenheid om een deskundige te benoemen en vragen te formuleren. De overige geschilpunten, waaronder de kennis van het drugslaboratorium door [appellant], zullen daarna worden beoordeeld.