ECLI:NL:GHDHA:2021:785
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging belastingaanslag en vergrijpboete wegens inkomsten uit hennepteelt
Belanghebbende huurde een woning waarin een hennepkwekerij met 187 planten werd aangetroffen. De Inspecteur stelde op basis van politie- en Stedin-rapportages vast dat er sprake was van minstens één oogst en corrigeerde het belastbaar inkomen met de opbrengsten uit deze hennepteelt. Belanghebbende gaf alleen zijn bijstandsuitkering op en voerde aan dat er geen oogst was geweest en hij geen inkomsten had genoten.
De rechtbank oordeelde dat de bevindingen van de politie en Stedin het bestaan van minstens één oogst aannemelijk maakten en dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde om dit te weerleggen. De rechtbank matigde de aanslag tot een bedrag dat gebaseerd was op één oogst en bevestigde de vergrijpboete van 40% wegens (voorwaardelijk) opzet.
In hoger beroep voerde belanghebbende opnieuw aan dat er geen oogst was geweest en dat de gevonden resten verklaard konden worden door tweedehands apparatuur. Het hof volgde de rechtbank en vond het onaannemelijk dat apparatuur en groeimiddelen gratis werden verstrekt. Ook achtte het hof aannemelijk dat belanghebbende naast zijn uitkering inkomsten had genoten om schulden af te lossen.
Het hof bevestigde dat de vergrijpboete terecht was opgelegd en passend was gelet op de ernst van de gedraging. Matiging van de boete werd niet toegewezen vanwege het ontbreken van onderbouwing van financiële omstandigheden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de aanslag en vergrijpboete wegens niet aangegeven inkomsten uit hennepteelt.