Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 19 juli 2022
[appellant] ,
[geïntimeerde] , in zijn hoedanigheid van vennoot van Delicato vof,
Waar de zaak over gaat
Procesverloop in hoger beroep
De feiten
De vorderingen en de beslissing van de kantonrechter
primair[geïntimeerde] te veroordelen aan hem te betalen een bedrag van € 4.140,--, zijnde de schade van alle onverkoopbare goederen die op 1 september 2016 door [geïntimeerde] aantoonbaar zijn vernield; € 380,--, aan kosten voor een nieuwe fotocamera en € 1.100,-- ter zake van herstel- en schoonmaakkosten kantoor en meubilair, dan wel
subsidiair[geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van de schade die door hem is aangericht, op te maken bij staat, met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van de reconventie. [appellant] legde aan zijn vordering ten grondslag dat [geïntimeerde] onrechtmatig heeft gehandeld jegens TDV Holding door op 1 september 2016 het gehuurde binnen te treden, schade aan te richten aan de inventaris en een camera met statief mee te nemen. TDV Holding heeft haar vordering op [geïntimeerde] uit hoofde van deze onrechtmatige daad bij akte van 11 juni 2019 gecedeerd aan [appellant] .
De vorderingen in hoger beroep
Beoordeling van het hoger beroep
overwoogalsnog over te gaan tot het instellen van verzet, maar zij heeft kennelijk daarvan afgezien. Dit betekent dat het hof het er in de onderhavige procedure voor moet houden dat de veroordeling uit het verstekvonnis onherroepelijk is geworden en dat TDV Holding betaling verschuldigd is gebleven.