Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest in kort geding van 31 mei 2022
in de zaak met bovenvermeld zaaknummer van:
ASK Romein B.V.,
Huisman Vastgoed B.V.,
Waar het in deze zaak over gaat
Het verloop van de procedure in kort geding
- het procesdossier van de eerste aanleg, waaronder het tussen partijen gewezen vonnis van de voorzieningenrechter in kort geding in de rechtbank Rotterdam van 10 augustus 2021 (hierna: het bestreden vonnis);
- de dagvaarding in hoger beroep van 7 september 2021, met daarin opgenomen twee grieven (met producties), waarbij ASK in hoger beroep is gekomen van het bestreden vonnis;
- de memorie van antwoord (met producties) van Huisman.
De feiten waar het hof in dit kort geding van uitgaat
bewarendemaatregelen te treffen jegens Huisman, als volgt gemotiveerd:
(a) De voorzieningenrechter neemt als uitgangspunt dat de ‘afstemmingsregel’ niet van
(b) Het door ASK ingediende verzoek tot het leggen van conservatoir (derden)beslag ten
De grieven en de vordering in hoger beroep van ASK
bewarendemaatregelen te treffen op straffe van een dwangsom, en, opnieuw rechtdoende, uitvoerbaar bij voorraad,
Beoordeling van het hoger beroep
Beslissing
- vernietigt het vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam van 10 augustus 2021, voor zover de voorzieningenrechter ASK daarin heeft verboden om verdere bewarende maatregelen jegens Huisman te treffen, totdat in de schadestaatprocedure in appel over de hoogte van de door ASK aan Huisman verschuldigde schadevergoeding geheel dan wel gedeeltelijk is beslist en de aan dat verbod gekoppelde dwangsom;
- bekrachtigt dat vonnis voor het overige;
- wijst het door Huisman gevorderde verbod aan ASK om bewarende maatregelen jegens Huisman te treffen, op straffe van een dwangsom, af;
- veroordeelt Huisman in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van ASK tot op heden begroot op € 5.735,09 aan verschotten (€ 125,09 dagvaarding en € 5.610,- griffierecht) en € 3.342,- (tarief II, 3 punten) aan salaris voor de advocaat, en op € 163,- aan nasalaris voor de advocaat, nog te verhogen met € 85,- indien niet binnen 14 dagen na aanschrijving in der minne aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden, en bepaalt dat deze bedragen binnen 14 dagen na de dag van de uitspraak dan wel, wat betreft het bedrag van € 85,-, na de datum van betekening, moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf het einde van genoemde termijn van 14 dagen;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het meer of anders gevorderde af.