Op 20 oktober 2018 werd het levenloze lichaam van het 80-jarige slachtoffer in diens woning aangetroffen. Verdachte had het slachtoffer door middel van verwurging om het leven gebracht. Het hof sprak verdachte vrij van moord wegens gebrek aan voorbedachten rade, maar verklaarde doodslag bewezen. De verdediging voerde noodweer en noodweerexces aan, welke door het hof werden verworpen omdat het geweld niet in redelijke verhouding stond tot de bedreiging en de hevige gemoedsbeweging onvoldoende aannemelijk was.
De verdachte had het slachtoffer opgezocht om hem te confronteren met seksueel misbruik uit het verleden. Na een confrontatie en wederrechtelijke aanrandingen door het slachtoffer, greep verdachte het slachtoffer bij de keel en hield deze minutenlang dicht, totdat het slachtoffer niet meer bewoog. Verdachte toonde emoties als angst, boosheid en verdriet, maar het hof achtte hem licht verminderd toerekeningsvatbaar.
De rapportages van gedragsdeskundigen concludeerden dat verdachte leed aan complexe PTSS, een zwakke persoonlijkheidsstructuur en psychotische klachten, mede door cannabisgebruik. Het hof achtte TBS met voorwaarden passend, mede vanwege het risico op recidive en de noodzaak tot behandeling. Daarnaast werd een gedragsbeïnvloedende maatregel opgelegd. De gevangenisstraf werd vastgesteld op vijf jaar, met aftrek van voorarrest. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere taakstraf werd afgewezen.