ECLI:NL:HR:2008:BC6794
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping beroep noodweerexces bij doodslag na eerdere aanranding
In deze strafzaak werd verdachte veroordeeld voor doodslag op [slachtoffer] na een confrontatie in diens woning. Het hof stelde vast dat verdachte zich aanvankelijk in een noodweersituatie bevond toen hij werd aangevallen door [slachtoffer], die de woning was binnengedrongen. Verdachte handelde toen niet verder dan noodzakelijk was.
Echter, in een tweede fase, toen [slachtoffer] onderaan de trap lag, ging verdachte verder dan noodzakelijk door hem te slaan en te schoppen, wat leidde tot het overlijden van [slachtoffer]. Het hof oordeelde dat dit handelen niet het onmiddellijke gevolg was van een hevige gemoedsbeweging veroorzaakt door de eerdere aanranding, maar getuigde van rationaliteit en doelgerichtheid.
De verdediging voerde aan dat verdachte door hevige angst en woede, veroorzaakt door de eerdere aanranding en de inbreuk op zijn huisrecht, handelde onder noodweerexces. De Hoge Raad bevestigde dat het huisrecht niet onder het begrip 'goed' valt in art. 41 Sr Pro, zodat het binnendringen geen noodweersituatie opleverde. Ook achtte de Hoge Raad het oordeel van het hof, dat het handelen van verdachte niet het onmiddellijke gevolg was van een hevige gemoedsbeweging, niet onbegrijpelijk.
Het cassatieberoep werd daarom verworpen en het hofarrest bleef in stand. De straf van drie jaar gevangenisstraf voor doodslag werd bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot drie jaar gevangenisstraf voor doodslag en verwerpt het beroep op noodweerexces.