ECLI:NL:GHDHA:2022:1428
Gerechtshof Den Haag
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Beslissing geheimhoudingsverzoek Inspecteur in belastingzaak navorderingsaanslagen
De Inspecteur legde navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen op aan belanghebbende over de jaren 2006 tot en met 2014, inclusief heffingsrente en vergrijpboeten. Na bezwaar en beroep bij de Rechtbank Den Haag werd het beroep deels gegrond verklaard en de vergrijpboeten verminderd. Belanghebbende stelde vervolgens hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Haag.
De Inspecteur verzocht op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om geheimhouding van bepaalde stukken en gedeelten daarvan, met name passages en persoonlijke gegevens in bijlagen betreffende projecten met UBS. De redenen voor het verzoek waren onder meer de privacy van ambtenaren en derden, en het belang van een effectieve controle- en behandelstrategie ter voorkoming van calculerend gedrag van belastingplichtigen.
De geheimhoudingskamer van het Hof oordeelde dat de gevraagde geheimhouding gerechtvaardigd is. Persoonlijke gegevens zoals namen, telefoonnummers en bankgegevens van ambtenaren en medewerkers van UBS zijn niet relevant voor het geschil en openbaarmaking zou hun privacy schenden. Daarnaast zou het vrijgeven van controle-strategische informatie de Belastingdienst kunnen belemmeren in haar onderzoeken.
Een uitzondering werd gemaakt voor enkele bijlagen die algemeen en niet geheim zijn, waarbij het Hof adviseerde een leesbare versie toe te voegen voor volledigheid. De beslissing werd zonder zitting genomen en op 27 juli 2022 in het openbaar uitgesproken. Tegen deze tussenbeslissing is geen afzonderlijk beroep mogelijk.
Uitkomst: Het Gerechtshof wijst het geheimhoudingsverzoek toe en bepaalt dat bepaalde stukken niet aan belanghebbende verstrekt hoeven te worden.