ECLI:NL:GHDHA:2022:1737
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid in rekening brengen dwangbevelkosten motorrijtuigenbelasting
Belanghebbende had een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting niet tijdig betaald, waarna de Belastingdienst een dwangbevel uitvaardigde en €55 aan kosten in rekening bracht. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze kosten en stelde tevens een verzoek tot een verklaring voor recht over schade door inbeslagname van taxi’s in 2009.
De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt tijdig om een betalingsregeling te hebben verzocht. De dwangbevelkosten werden als terecht beschouwd. Het verzoek om een verklaring voor recht werd als civielrechtelijke kwestie beoordeeld en buiten beschouwing gelaten.
In hoger beroep bevestigde het Hof het oordeel van de Rechtbank en stelde dat de belastingrechter niet bevoegd is om een verklaring voor recht af te geven over de schadevergoeding. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bekrachtigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is op 4 augustus 2022 in het openbaar gedaan door A. van Dongen.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de dwangbevelkosten terecht zijn opgelegd en verklaart het hoger beroep ongegrond.