Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 2 augustus 2022 (bij vervroeging)
[appellant],
[geïntimeerde],
Het geding
- het procesdossier uit de eerste aanleg;
- de appeldagvaarding, uitgebracht op 9 mei 2022, waarbij de man hoger beroep instelt en een grief richt tegen het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 28 april 2022, hierna: het bestreden vonnis;
- de memorie van eis van de man, tevens akte overleggen producties (producties 1 tot en met 3);
- de memorie van antwoord van de vrouw, met bijgevoegd een productie (productie 35);
- de brief van de man van 8 juli 2022, ingekomen op diezelfde datum, met bijgevoegd de producties 4 tot en met 9.
Korte weergave van de zaak
Het bestreden vonnis, de vordering(en) en conclusie van partijen
- de vorderingen van de vrouw alsnog zal afwijzen, althans haar deze zal ontzeggen;
- primair: vervangende toestemming zal verlenen voor het leveren van de woning aan hem en zal bepalen dat de man ter zake van de levering een bedrag van € 478.294,69 aan de vrouw zal voldoen, onder de bepaling dat dit (het hof leest:) arrest in de plaats treedt van de van de vrouw benodigde wilsverklaring(en) voor levering, althans te bepalen dat het (het hof leest:) arrest op grond van artikel 3:300 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte van degene die tot de rechtshandeling gehouden is dan wel dat het (het hof leest:) arrest in de plaats treedt van de akte of deel daarvan zodat notaris A. Verrijp te Westland, zonder toestemming of medewerking van de vrouw, tot levering van de woning aan de man kan overgaan;
- subsidiair, indien en voor zover het hof het primair gevorderde niet toewijst, vervangende toestemming te verlenen voor het leveren van de woning aan de man en te bepalen dat de man ter zake de levering aan de vrouw een door het hof in goede justitie te bepalen bedrag zal voldoen, onder bepaling dat dit (het hof leest:) arrest in de plaats treedt van de van de vrouw benodigde wilsverklaring(en) voor levering, althans te bepalen dat het (het hof leest:) arrest op grond van artikel 3:300 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte van degene die tot de rechtshandeling gehouden is dan wel dat het (het hof leest:) arrest in de plaats treedt van de akte of deel daarvan zodat notaris A. Verrijp te Westland, zonder toestemming of medewerking van de vrouw, tot levering van de woning aan de man kan overgaan;
- de vrouw zal veroordelen om de woning uiterlijk op het moment dat de notariële levering van het aandeel van de vrouw in de woning aan de man, althans binnen tien werkdagen na het (het hof leest:) arrest te ontruimen en te verlaten met al de haren en het hunne en leeg ter beschikking te stellen van de man, welke ontruiming zo nodig door de deurwaarder kan worden bewerkstelligd met behulp van de sterke arm en conform het bepaalde in artikel 555 en Pro volgende juncto artikel 444 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv);
- de vrouw zal veroordelen in de kosten van hoger beroep en eerste aanleg.
Beoordeling van het hoger beroep
Procesrechtelijke bezwaren
- de memorie van eis met producties dient buiten beschouwing te worden gelaten omdat deze in strijd is met de twee conclusieregel;
- de grief/grieven in hoger beroep voldoet/voldoen niet aan de daaraan te stellen eisen.
- moest de man aan de vrouw aantonen dat de financiering was gerealiseerd?
- welk bedrag dient de man aan de vrouw te betalen bij de levering van het aandeel van de vrouw in de woning aan hem?
- heeft de man voor dit te betalen bedrag de financiering tijdig gerealiseerd?
- het bedrag van de drie door de vrouw afgeloste, onder hypothecair verband aangegane, leningen; deze bedragen: € 376.074,64 + € 30.225,- + € 121.176,08, derhalve in totaal € 527.475,72. Daarop moet een bedrag in mindering worden gebracht van € 15.112,50, omdat het arrest van het hof van 7 december 2021 voor de betaling door de man aan de vrouw van dit bedrag al een executoriale titel verschaft. Het hof heeft immers afzonderlijk bepaald dat de man dit bedrag aan de vrouw moet betalen. Het totale door de man te betalen bedrag in verband met de toen uitstaande schulden onder hypothecaire verband komt dan uit op € 512.363,22;
- de helft van de overwaarde: (€ 965.000,- - € 527.475,72) : 2 = € 218.762,14.