Na de verbreking van de relatie tussen de ouders is het geschil ontstaan over de hoofdverblijfplaats, zorgregeling en schoolkeuze van hun minderjarige kind. De moeder verhuisde met het kind naar een andere plaats zonder overleg met de vader, die de hoofdverblijfplaats bij zich wenst en een gelijkere zorgverdeling nastreeft.
Het hof overweegt dat het belang van de minderjarige voorop staat en erkent dat het kind geworteld is in beide woonplaatsen. Beide ouders zijn betrokken en in staat tot zorg, waarbij de vader flexibele werktijden heeft en de moeder een ondersteunend netwerk in haar woonplaats. Het hof constateert dat co-ouderschap mogelijk is ondanks eerdere onenigheden.
De zorgregeling wordt aangepast zodat het kind wekelijks meerdere dagen bij de vader verblijft, met overdracht via school om spanningen te verminderen. De hoofdverblijfplaats blijft bij de moeder, die toestemming krijgt voor verhuizing en inschrijving van het kind op een school en buitenschoolse opvang in haar woonplaats. De vader krijgt vervangende toestemming voor inschrijving op een school in de woonplaats van de moeder afgewezen.
Het hof wijst verzoeken van beide ouders deels toe en wijst het meer of anders verzochte af, met het oog op het welzijn en de continuïteit voor het kind.