ECLI:NL:GHDHA:2022:2157
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ondertoezichtstelling minderjarige wegens afgenomen ontwikkelingsbedreiging
De zaak betreft het hoger beroep van een moeder tegen de ondertoezichtstelling van haar minderjarige kind door de gecertificeerde instelling, opgelegd door de kinderrechter in eerste aanleg. De moeder betwistte de noodzaak van de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing, maar trok haar beroep tegen de uithuisplaatsing in nadat de minderjarige sinds juli 2022 met haar in een moeder-kindhuis verbleef.
Het hof overwoog dat de moeder een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt, waaronder het succesvol afronden van een NIKA-training en het volgen van EMDR-therapie. De moeder reageert sensitief op de minderjarige en is gemotiveerd om haar traject in het moeder-kindhuis voort te zetten. Hoewel de situatie nog precair is, acht het hof de ernstige ontwikkelingsbedreiging voor de minderjarige niet langer aanwezig.
De raad en de gecertificeerde instelling stelden dat monitoring van het traject in het moeder-kindhuis noodzakelijk is om tijdig te kunnen ingrijpen, maar het hof vond dit onvoldoende grond om de ondertoezichtstelling te handhaven. De ondertoezichtstelling wordt daarom vernietigd met ingang van de uitspraakdatum, en het verzoek van de raad tot voortzetting wordt afgewezen.
Het hof sprak de hoop uit dat de moeder haar positieve ontwikkeling voortzet zodat de minderjarige bij haar kan opgroeien. De moeder werd niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep tegen de machtiging tot uithuisplaatsing vanwege haar intrekking daarvan.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt vernietigd wegens het ontbreken van een ernstige ontwikkelingsbedreiging.