Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Het procesverloop in hoger beroep
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.
Gerechtshof Den Haag
De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag van 16 november 2021. De vrouw heeft een verweerschrift ingediend en op 6 april 2022 vond een mondelinge behandeling plaats, waarin alleen de ontvankelijkheid van het hoger beroep werd behandeld.
Het hof overweegt dat de beroepstermijn drie maanden bedraagt en dat het beroepschrift op 17 februari 2022 is ingediend, één dag na afloop van de termijn. De man stelde dat op 16 februari 2022 een formulier was ingediend met de intentie tot hoger beroep, maar het beroepschrift ontbrak. Hij voerde aan dat sprake was van een apparaatsfout omdat het hof niet had geconstateerd dat het beroepschrift ontbrak.
Het hof oordeelt dat het indienen van stukken zonder het beroepschrift geen bijzondere omstandigheid vormt om de termijn te overschrijden. Tevens is het beroepschrift niet nagezonden per post zoals vereist. De griffie heeft het ontbreken van het beroepschrift niet als apparaatsfout aangemerkt. Daarom wordt de man niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.
Uitkomst: De man wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder bijzondere omstandigheden.