ECLI:NL:GHDHA:2022:2225
Gerechtshof Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging faillissementsarrest na regeling tussen schuldenaar en pensioenfonds
In deze zaak ging het om het verzet tegen een bij verstek uitgesproken faillissement van [appellant], handelend onder Moderne Barbershop. De rechtbank had het verzoek tot faillietverklaring aanvankelijk afgewezen, maar het hof verklaarde [appellant] vervolgens toch failliet. Hiertegen kwam [appellant] in verzet.
Tijdens de procedure werd een regeling getroffen tussen [appellant] en Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Kappersbedrijf (BPF), waarbij BPF onder voorwaarden instemde met de vernietiging van het faillissement. De bedrijfsactiviteiten werden tijdelijk voortgezet met toestemming van de rechter-commissaris, waardoor baten werden gegenereerd om de faillissementskosten te dekken.
Het hof oordeelde dat het rechtsmiddel van verzet bedoeld is om de schuldenaar alsnog in de gelegenheid te stellen zijn belangen te verdedigen, wat in deze zaak leidde tot vernietiging van het verstekarrest. Omdat het vorderingsrecht van BPF was komen te vervallen, was BPF niet langer bevoegd het faillissement uit te lokken.
Het hof vernietigde het arrest van 23 augustus 2022, wees het faillissementsverzoek af en legde de faillissementskosten en het salaris van de curator ten laste van [appellant]. De griffier van het hof werd opgedragen de uitspraak onverwijld aan de griffier van de rechtbank Den Haag te melden.
Uitkomst: Het faillissementsarrest wordt vernietigd en het faillissementsverzoek afgewezen met veroordeling van [appellant] tot betaling van faillissementskosten.