Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2022:2224

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
23 augustus 2022
Publicatiedatum
9 november 2022
Zaaknummer
200.313.695/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Europese Insolventieverordening 1346/2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Faillissementsverklaring wegens niet-nakoming pensioenpremies en schulden

De Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Kappersbedrijf (BPF) verzocht de rechtbank Den Haag om de geïntimeerde, handelend onder de naam Moderne Barbershop, in staat van faillissement te verklaren vanwege onbetaalde pensioenpremies en andere schulden. De rechtbank wees dit verzoek af omdat onvoldoende was aangetoond dat de geïntimeerde was opgehouden met betalen.

BPF ging in hoger beroep en onderbouwde haar vorderingen met stukken, waaronder een openstaande pensioenpremie van € 20.978,51 en een schuld aan het Sociaal Fonds Kappers van € 626,82. Tevens werd een aanzienlijke schuld aan de Belastingdienst vermeld. Het hof oordeelde dat er summierlijk bewijs was dat de geïntimeerde niet langer betaalde en dat er meerdere schuldeisers waren.

Gelet op het handelsregister en het centrum van belangen in Nederland was het hof bevoegd de insolventieprocedure te openen. Het hof vernietigde de eerdere beschikking en sprak het faillissement uit, benoemde een rechter-commissaris en curator, en gaf de curator de bevoegdheid tot het openen van post van de gefailleerde.

Uitkomst: Het hof vernietigt de afwijzing en verklaart de geïntimeerde in staat van faillissement.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.313.695/01
Rekestnummer rechtbank : C/09/629181/FT RK 22/358

arrest van 23 augustus 2022

inzake

Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Kappersbedrijf,

gevestigd te Woerden,
appellante,
hierna te noemen: BPF,
advocaat: mr. J.A. Trimbach te De Meern,
tegen

[geïntimeerde] handelend onder de naam Moderne Barbershop,

wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
hierna te noemen: [geïntimeerde],
niet verschenen.

Het geding

Bij beschikking van de rechtbank Den Haag van 19 juli 2022 (hierna: de bestreden beschikking) is het verzoek van BPF om [geïntimeerde] in staat van faillissement te verklaren, afgewezen. Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 25 juli 2022, is BPF van deze beschikking in hoger beroep gekomen en heeft zij het hof verzocht deze beschikking te vernietigen en alsnog het faillissement van [geïntimeerde] uit te spreken. Bij brief van 9 augustus 2022 heeft mr. Trimbach nadere producties aan het hof toegezonden.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 16 augustus 2022. Verschenen is: mr. Trimbach namens BPF.
[geïntimeerde] is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting van het hof verschenen.

Beoordeling van het hoger beroep

1. In de bestreden beschikking heeft de rechtbank overwogen dat niet (summierlijk) is gebleken van het bestaan van feiten en omstandigheden die aantonen dat [geïntimeerde] in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, omdat het bestaan van de door BPF gestelde steunvordering van de belastingdienst onvoldoende is onderbouwd.
2. BPF heeft in hoger beroep aangevoerd, en met stukken onderbouwd, dat zij een vordering heeft op [geïntimeerde] uit hoofde van niet betaalde pensioenpremie van € 20.978,51 en dat [geïntimeerde] daarnaast ook een vordering van Sociaal Fonds Kappers (hierna: SFK) van € 626,82 onbetaald laat. Van de boekhouder van [geïntimeerde] heeft BPF begrepen dat [geïntimeerde] ook een aanzienlijke schuld aan de Belastingdienst heeft. BPF heeft het hof dan ook verzocht de bestreden beschikking te vernietigen en het faillissement van [geïntimeerde] uit te spreken.
3. Op grond van de aan het hof overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is het hof van oordeel dat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van BPF en van het bestaan van feiten en omstandigheden welke aantonen dat [geïntimeerde] in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. Nu [geïntimeerde] naast de vordering van BPF een vordering van SFK onbetaald laat, staat de pluraliteit van schuldeisers vast. Verder heeft BPF ter zitting van het hof met stukken onderbouwd aangetoond dat [geïntimeerde] zijn lopende verplichtingen ten aanzien van BPF niet nakomt, waaruit kan worden afgeleid dat [geïntimeerde] verkeert in de staat van te hebben opgehouden te betalen.
4. Uit het overgelegde uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat [geïntimeerde] woont en gevestigd is in Den Haag. Het hof is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Pro de Europese Insolventieverordening (Verordening 1346/2000 van de Raad van de Europese Unie van 29 mei 2000), bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen, nu aangenomen kan worden dat het centrum van de voornaamste belangen van [geïntimeerde] in Nederland ligt.
5. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de bestreden beschikking dient te worden vernietigd en dat het faillissementsverzoek, waarvan gesteld noch gebleken is dat dit misbruik van recht oplevert, alsnog dient te worden toegewezen.

Beslissing

Het hof:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank Den Haag van 19 juli 2022,
en opnieuw rechtdoende:
- verklaart [geïntimeerde], wonende te [woonplaats], in staat van faillissement,
- benoemt tot rechter-commissaris mr. D. de Loor, rechter in de rechtbank te Den Haag,
- stelt aan als curator mr. L.M. in ‘t Veen, advocaat bij Cees Advocaten te Naaldwijk, correspondentieadres: Postbus 399, 2670 AK Naaldwijk ,
- geeft aan de curator last tot openen van de aan de gefailleerde gezonden brieven en telegrammen,
- bepaalt dat de griffier van dit hof onverwijld kennis geeft van deze uitspraak aan de griffier van de rechtbank Den Haag.
Dit arrest is gewezen door mrs. P. Volker, A.J.P. Schild en R.F. Groos en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 augustus 2022 in aanwezigheid van de griffier.