ECLI:NL:GHDHA:2022:2227
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging faillissementsvonnis ondanks betalingsregelingen en toeslagenaffaire
Appellant is bij vonnis van de rechtbank Rotterdam in staat van faillissement verklaard. Hij kwam in hoger beroep tegen dit vonnis en verzocht vernietiging. Tijdens het hoger beroep bleek dat appellant met meerdere schuldeisers betalingsregelingen had getroffen en sommige vorderingen voldaan waren. Echter, twee schuldeisers weigerden een regeling te treffen en er was onvoldoende zekerheid gesteld voor de faillissementskosten.
Appellant had zich gemeld als (mede)gedupeerde van de toeslagenaffaire, maar de beoordeling daarvan was nog niet afgerond. Het hof oordeelde dat er onvoldoende aanleiding was om de zaak aan te houden in afwachting van de beslissing over de toeslagenaffaire, mede omdat er geen zicht was op een spoedige uitkering of compensatie.
Het hof concludeerde dat appellant summierlijk had opgehouden te betalen en dat het vorderingsrecht van de schuldeisers nog bestond. Gezien de weigering van twee schuldeisers tot betalingsregeling en het ontbreken van voldoende financiële middelen en zekerheid, werd het faillissementsvonnis bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het faillissementsvonnis en wijst het verzoek tot vernietiging af.