Het gerechtshof Den Haag behandelde op 18 februari 2022 het verzoek tot het opleggen van een zorgmachtiging aan betrokkene, die in voorlopige hechtenis zat wegens belaging en bedreiging. Hoewel de betrokkene een schizofreniespectrumstoornis heeft en er aanwijzingen zijn voor ernstig nadeel, weigerde hij medewerking aan het onderzoek voor het opstellen van een zorgplan.
De officier van justitie had een geneesheer-directeur aangewezen, maar door de weigering van betrokkene kon geen adequaat zorgplan worden opgesteld. Het hof oordeelde dat het bevoegd was om ambtshalve een zorgmachtiging te verlenen, ook zonder een formeel verzoekschrift van het OM, maar besloot dit niet te doen.
Het hof stelde dat de omstandigheden, waaronder het langdurig verblijf in voorlopige hechtenis zonder medicatie of geestelijke verzorging, en het ontbreken van aanwijzingen voor verdergaand gewelddadig gedrag, maken dat een zorgmachtiging niet proportioneel of subsidiair is. Daarnaast kan het OM of civielrechtelijk alsnog een zorgmachtiging verzoeken indien noodzakelijk.
Daarom werd besloten geen zorgmachtiging op te leggen, ondanks de aanwezigheid van een psychische stoornis en het mogelijke ernstig nadeel voor betrokkene en zijn omgeving.