Conclusie
1.Feiten en procesverloop
ambtshalveverlenen van een zorgmachtiging, nu zij verplichte zorg aangewezen acht (rov. 4.5.3.2 in het strafvonnis). De rechtbank heeft het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven met ingang van het tijdstip waarop verdachte (betrokkene) in het kader van de zorgmachtiging kan worden geplaatst in een kliniek van GGZ inGeest of een andere GGZ-instelling.
ambtshalveeen zorgmachtiging verleend voor de daarin vermelde vormen van verplichte zorg [7] , telkens voor de duur van zes maanden. In paragraaf 4 van deze beschikking heeft de rechtbank opnieuw de vraag besproken of de officier van justitie de voorbereiding van een zorgmachtiging mocht afbreken (par. 4.2), de vraag of een geheimhoudingsverplichting in de weg staat aan het verstrekken van de opgevraagde documenten aan de strafkamer (par. 4.3), de gevolgen van de weigering om deze documenten te verstrekken voor de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de strafzaak (par. 4.4) en de vraag of de strafkamer niettemin een zorgmachtiging kan afgeven (par. 4.5).
Pro Justitia’van psychiater M.M. Sprock van 18 juni 2020 gelijkgesteld met een ‘medische verklaring’ in de zin van art 5:7 Wvggz Pro (rov. 4.5.1). [8] Op basis van deze rapportage en de kopie van het op 8 april 2020 binnen GGZ InGeest opgestelde zorgplan heeft de rechtbank vastgesteld dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis (in de vorm van een andere gespecificeerde schizofreniespectrumstoornis of andere psychotische stoornis en verslavingsproblematiek, waarnaast mogelijk ook sprake is van zwakbegaafdheid). Verder overwoog de rechtbank dat deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, maatschappelijke teloorgang, ernstig verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is, welk ernstig nadeel alleen door verplichte zorg kan worden afgewend (rov. 4.5.3.2).
voorbereiden. Hij moet dus onder andere een geneesheer-directeur aanwijzen, die een zorgverantwoordelijke en een onafhankelijk psychiater zal zoeken. Of de officier van justitie vervolgens een verzoekschrift
indientis niet maatgevend gezien artikel 2.3 Wfz. Daarin is verwoord dat de strafrechter ambtshalve
ofna een verzoekschrift van de officier van justitie een zorgmachtiging afgeeft.”
2.Inleidende beschouwingen
tijdens het begaan van het feiteen gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond. Indien tbs wordt opgelegd zonder bevel tot verpleging stelt de rechter − ter bescherming van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen − voorwaarden betreffende het gedrag van de tbs-gestelde (art. 38 Sr Pro). In het kader van de tbs kon een patiënt in een tbs-inrichting worden geplaatst, maar ook in een psychiatrisch ziekenhuis; zie art. 14 (oud) Beginselenwet verpleging terbeschikkinggestelden [15] en art. 51 lid Pro 3 (oud) Wet Bopz.
op basis van een strafrechtelijke titelwordt verleend. Forensische zorg is gericht op het herstel van de patiënt en anderzijds op vermindering van de kans op recidive, zulks ten behoeve van de veiligheid van de samenleving (art. 2.1 lid 1 Wfz). Het tweede lid van art. 2.1 Wfz schrijft voor dat de forensische zorg voorziet in de noodzakelijke aansluiting met andere vormen van geestelijke gezondheidszorg.
inhoudelijkde criteria van de Wvggz toepast [42] , en ook wat betreft de daarbij te volgen
procedureregelsde Wvggz volgt. [43] Dit laatste betreft zowel de noodzaak van voorbereiding van een zorgmachtiging, zoals geregeld in hoofdstuk 5 Wvggz, als de behandeling door de rechtbank, zoals geregeld in hoofdstuk 6 Wvggz. Op die behandeling zijn de regels voor de verzoekschriftprocedure in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering aanvullend daarop van toepassing. [44] Wel zijn de procedureregels voor een door de strafrechter te verlenen zorgmachtiging enigszins aangepast aan de strafprocessuele context. Zo is het bepaalde in art. 269 Sv Pro van overeenkomstige toepassing verklaard in art. 6:1 lid Pro 10, derde volzin, Wvggz. Daardoor is de mondelinge behandeling in beginsel openbaar; wel kan de strafrechter besluiten tot een behandeling achter gesloten deuren overeenkomstig de regeling daarvan in het Wetboek van Strafvordering. Verder is de beslistermijn in art. 6:2 lid 4 Wvggz Pro buiten toepassing verklaard, vanuit de gedachte dat de strafrechter de zorgmachtiging moet kunnen verlenen gelijktijdig met zijn uitspraak in de strafzaak. [45]
ambtshalveeen zorgmachtiging verleent was al opgenomen in het aanvankelijke wetsvoorstel Wfz, zonder dit nader toe te lichten. Kennelijk heeft de wetgever deze mogelijkheid als vanzelfsprekend beschouwd wanneer een zorgmachtiging wordt gezien als een alternatief voor het opleggen van een straf of strafrechtelijke maatregel (zgn. ‘
diversion’). In het strafproces kiest de strafrechter − binnen de wettelijke grenzen – immers zelf, welke straf of maatregel hij oplegt zonder dat de rechter gebonden is aan de eis van het openbaar ministerie: de strafrechter mag ‘boven de eis uitgaan’. [47] Later is de mogelijkheid dat de strafrechter
ambtshalveeen zorgmachtiging verleent wel benoemd, maar niet nader toegelicht. [48] Uit de opsomming in art. 2.3 lid 1 Wfz volgt dat buiten de daar onder 1 – 4 en onder 6 – 11 uitdrukkelijk genoemde gevallen slechts op vordering van het openbaar ministerie door de strafrechter een zorgmachtiging kan worden verleend (het onder 5 genoemde geval).
contre coeur’ een verzoekschrift in te dienen – indien aan twee voorwaarden is voldaan, te weten (i) een uit de medische verklaring blijkende psychische stoornis die noodzaakt tot verplichte zorg en (ii) een voldoende gemotiveerde aanvraag om alsnog een verzoekschrift in te dienen (art. 5:18 lid 3 Wvggz Pro). Volgens de wetgever is het ‘niet wenselijk dat het besluit van de officier van justitie om geen verzoekschrift in te dienen een finaal oordeel inhoudt en de mogelijkheid van een rechterlijk oordeel zou uitsluiten’. [58]
Chinese walls”). In de woorden van de regering [63] :
Stb. 2020, 404) is in art. 7:8 lid 2 Wvggz Pro opgenomen dat de rechter in afwijking van het verzoekschrift, bedoeld in artikel 7:7, eerste lid, voor een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel kan besluiten tot het opnemen van andere vormen van verplichte zorg, bedoeld in art. 3:2 lid 2 Wvggz Pro. In het recenter wetsvoorstel 35 667 voor opnieuw een reparatiewet Wvggz en Wzd is een wijziging van art. 6:4 lid 2 Wvggz Pro voorgesteld waarmee de rechter ook bij een verzoek zorgmachtiging kan besluiten tot het opnemen van andere vormen van verplichte zorg [70] . Let wel: in deze bepalingen gaat het niet om een rechter die ongevraagd een machtiging verleent, maar om gevallen waarin een rechter in een door de officier van justitie verzochte zorgmachtiging ongevraagd andere vormen van verplichte zorg opneemt.
Instellingen met beveiligingsniveau 4(zeer hoog) zijn de forensisch-psychiatrische centra. Een FPC is een tbs-kliniek, waarin veroordeelden worden geplaatst aan wie de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege is opgelegd. Indien het vereiste beveiligingsniveau dit noodzakelijk maakt, kan een door de strafrechter opgelegde zorgmachtiging ten uitvoer worden gelegd in een FPC mits de rechter deze mogelijkheid in zijn beschikking heeft opgenomen. [75]
real time dashboard beveiligde bedden’. Met behulp van dit programma hopen ggz-instellingen een actueel inzicht te krijgen in de vrije plekken die beschikbaar zijn voor een patiënt die acuut op een beveiligde afdeling moet worden opgenomen. [78]
3.Bespreking van het cassatiemiddel
zonder een daartoe strekkend verzoekeen zorgmachtiging kan verlenen, óók wanneer de officier van justitie de voorbereiding van een verzoek zorgmachtiging heeft beëindigd omdat naar zijn oordeel niet is voldaan aan de wettelijke criteria voor verplichte zorg. De overige middelonderdelen zijn subsidiair voorgedragen indien middelonderdeel I niet slaagt. [83] Onderdeel II stelt de vraag aan de orde of de strafrechter aan de officier van justitie opdracht kan geven om de voor een zorgmachtiging noodzakelijke documenten aan te leveren. Onderdeel III ziet op de vraag welk rechtsgevolg wordt verbonden aan een weigering van de officier van justitie om gevolg te geven aan dat verzoek. Onderdeel IV betreft het gebruik door de rechtbank van een ander psychiatrisch rapport als ‘medische verklaring’ in de zin van de Wvggz. Onderdeel V gaat over het gebruik door de rechtbank van een zorgplan dat buiten de officier van justitie om is verkregen. Onderdeel VI bouwt voort op de voorgaande klachten.
iser voor de rechter geen machtigingsprocedure. Daarom kan de rechtbank (de strafkamer) volgens de klacht geen zorgmachtiging verlenen. Volgens het middelonderdeel kan de rechter zonder een daartoe strekkende vordering of verzoek van de officier van justitie geen zorgmachtiging verlenen. [84]
lex generalis’) is dat de rechter niet buiten het verzochte (het ‘
petitum’) mag treden [85] , maar dat wil niet zeggen dat van die hoofdregel niet zou kunnen worden afgeweken in een bijzondere wettelijke bepaling (‘
lex specialis’), zoals het geval is in art. 2.3 lid 1 Wfz dat het ambtshalve verlenen van een zorgmachtiging door de strafrechter toestaat.
ambtshalvedoor de strafrechter te verlenen zorgmachtiging moet dus worden voorbereid in een voorbereidingsprocedure als bedoeld in hoofdstuk 5 Wvggz. [86] Op grond van art. 5:16 Wvggz Pro [87] beslist de officier van justitie zelfstandig of hij wel of niet een verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging indient bij de rechtbank. Aan die beslissing kan de rechtbank mijns inziens niet tornen: toewijzing van een zorgmachtiging “na een verzoekschrift van de officier van justitie” is in dat geval uitgesloten.
ambtshalveeen zorgmachtiging te verlenen op de voet van art. 2.3 Wfz. In reactie op het argument dat de rechtbank aan het slot van rov. 4.2.4 ontleent aan de memorie van antwoord I, [88] voert de officier van justitie in cassatie aan dat de desbetreffende passage in de Kamerstukken slechts betrekking had op de uitzonderlijke situatie waarin een officier van justitie wél een verzoekschrift heeft ingediend dat strekt tot het verlenen van een zorgmachtiging, maar (dezelfde of) een andere officier van justitie daarna − ter zitting – het verzoek intrekt of requireert om het eerder door het openbaar ministerie ingediende verzoek af te wijzen. [89] Voor die uitleg van art. 2.3 Wfz en art. 5:19 Wvggz Pro heb ik in de parlementaire behandeling echter geen steun gevonden.
mental health commissionin angelsaksische landen). In de eerste Nota van wijziging werd het initiatief gelegd bij de geneesheer-directeur. In de tweede Nota van wijziging is gekozen voor de officier van justitie als degene die bij de rechtbank het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging indient. Dat was een bewuste keuze van de wetgever, ingegeven door de bevindingen van de commissie Hoekstra in haar hiervoor al genoemde rapport. Voor deze keuze gaven de bewindspersonen verscheidene argumenten. Zij merkten hierbij op dat een gedwongen opname een vorm van vrijheidsbeneming is en daarmee ‘op de grens van het strafrecht’ ligt. Ten tweede wezen zij op het feit dat het openbaar ministerie beschikt over bepaalde, niet voor anderen toegankelijke (justitiële) informatie. Ten derde kan de geneesheer-directeur zich richten op zijn ‘zorginhoudelijke kerntaak’ indien de procesregie en daarmee de juridische onderbouwing van het verzoek bij het openbaar ministerie worden belegd. Ten vierde zagen zij de officier van justitie als de aangewezen partij om juridische kwalificaties zoals ‘stoornis’, ‘gevaar’ en het oorzakelijk verband daartussen te beoordelen en in de procedure bij de rechter te motiveren. [90]
überhauptverplicht is, zijn medewerking te verlenen aan de voorbereiding van een ambtshalve door de rechtbank te verlenen zorgmachtiging kwam al aan de orde bij onderdeel I.
strafrechtelijkeprocedure zijn verkregen en van belang zijn voor de
in de strafzaakte nemen beslissingen. Daartoe behoren volgens de klacht niet de gegevens die in de voorbereidende fase van hoofdstuk 5 Wvggz zijn verkregen door de officier van justitie die binnen het openbaar ministerie met zaken van verplichte zorg is belast.
objective medical expertise" worden verstaan als onderzoek door een psychiater. In cassatie is niet geklaagd dat het uitgebrachte rapport
Pro Justitianiet aan deze eisen voldoet.