ECLI:NL:GHDHA:2022:2760
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na hoger beroep tegen beschikking gemeente
Belanghebbende is eigenaar van een hoekwoning te Zoetermeer, waarvan de WOZ-waarde voor het jaar 2020 door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €422.000. Tegen deze beschikking is bezwaar gemaakt, dat is afgewezen, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Hiertegen stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Haag.
In hoger beroep betwist belanghebbende de vastgestelde WOZ-waarde en stelt een lagere waarde van €388.000 voor. De heffingsambtenaar heeft een waardematrix overgelegd waarin de woning systematisch is vergeleken met drie vergelijkingsobjecten in dezelfde woonplaats, rekening houdend met verschillen in bouwjaar, inhoud, kwaliteit, onderhoud en ligging. De rechtbank en het hof oordeelden dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld.
Het hof overweegt dat de door belanghebbende aangevoerde argumenten, waaronder foto’s van de keuken en het sanitair, onvoldoende zijn om de waarde aan te passen. Ook de verschillen in perceelgrootte en ligging tussen de woning en de vergelijkingsobjecten zijn naar het oordeel van het hof adequaat verwerkt in de waardering. De rechtbank heeft de gronden van belanghebbende voldoende gemotiveerd beoordeeld. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van €422.000 en verklaart het hoger beroep ongegrond.