Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 24 november 2022
[X] B.V. te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Bewijslast
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende heeft bpm betaald voor twee auto's en bezwaar gemaakt tegen de hoogte van deze belasting. De Inspecteur wees het bezwaar af, waarna belanghebbende beroep instelde bij de Rechtbank Den Haag. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde vervolgens hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Haag.
In hoger beroep stond centraal of de bpm correct was berekend, met name of rekening gehouden moest worden met het ex-rental karakter van de auto's, de CO2-uitstoot en de bewijslastverdeling. Het Hof bevestigde dat de bewijslast voor vermindering bij belanghebbende ligt en dat zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de auto's ex-rentals waren of dat de CO2-uitstoot onjuist was vastgesteld.
Het Hof oordeelde dat het Unierecht correct werd toegepast en dat het Hof bevoegd is het Unierecht uit te leggen. Er was geen aanleiding voor prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU. Ook werd geoordeeld dat het rentenadeel niet in deze procedure thuishoort en dat het griffierecht terecht is geheven.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.