Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 15 februari 2022
[geïntimeerde] Consultancy B.V.,
Waar de zaak over gaat
Procesverloop in hoger beroep
- het exploot van 28 mei 2020 waarbij de executeur in hoger beroep is gekomen tegen
- de memorie van grieven, met producties;
De advocaten hebben de standpunten van partijen mondeling toegelicht aan de hand van pleitnotities. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt.
Feiten
€ 5000,=
1050
Procedure bij de rechtbank
De rechtbank heeft vervolgens de vordering van de executeur (in die hoedanigheid) afgewezen op de volgende gronden.
Beoordeling in hoger beroep
Ontvankelijkheid
Wanneer is de overeenkomst van opdracht tot stand gekomen?
Is [geïntimeerde] tekortgeschoten?
binnen zes wekenna de dagtekening van die aanslag. Binnen die termijn kan ook een ongemotiveerd bezwaarschrift worden ingediend met het verzoek de bezwaren tegen de belastingaanslag later te mogen motiveren of toelichten; dit is een pro forma bezwaarschrift. Als de termijn van zes weken om bezwaar te maken is verstreken, kan nog slechts een verzoek tot ambtshalve vermindering worden gedaan. Als de inspecteur in dat geval vaststelt dat een belastingaanslag inderdaad te hoog is, zal hij deze ambtshalve verminderen. Een verzoek tot vermindering moet
uiterlijk vijf jaarna het jaar waarover de aanslag gaat worden gedaan.
Groene aanslagen
Het hof merkt verder op dat grief 2 niet ziet op de groene aanslagen inkomensheffing (IH), maar alleen op de groene aanslagen omzetbelasting (OB); naar [geïntimeerde] onweersproken heeft gesteld betreffen dit
naheffingsaanslagenOB, gelet op de code F in de aanslagnummers.
belastingjaar 2011geldt dat de vijfjaarstermijn verstreek op 31 december 2016, dus enkele dagen nadat [geïntimeerde] de opdracht om de fiscale belangen van [erflater] te behartigen had aanvaard en voordat mr. Bharatsingh zijn werkzaamheden in mei 2017 is gestart, zodat alleen [geïntimeerde] strikt genomen nog een verzoek tot ambtshalve vermindering had kunnen doen. Beoordeeld moet dus worden of een dergelijk verzoek een reële kans van slagen had gehad.
over 2012 en 2013wegens – naar het hof aanneemt – het ontbreken van een reële kans van slagen, zoals hiervoor in rov. 25 aangenomen, wordt het betoog van de executeur dat de belastinginspecteur de groene aanslagen OB ambtshalve zou hebben vernietigd, als onvoldoende onderbouwd verworpen. Het hof is dan ook met de rechtbank van oordeel dat indien [geïntimeerde] voor de aanslag OB ten name van Taj Mahal over belastingjaar 2011 een verzoek tot ambtshalve vermindering zou hebben gedaan onvoldoende is onderbouwd dat dit enige reële kans op succes zou hebben gehad.
Blauwe aanslagen
[geïntimeerde] heeft betwist dat [de partner] de blauwe aanslagen op enig moment aan [de directeur] heeft overhandigd, en zich op het standpunt gesteld dat zij dus ook niet binnen de bezwaartermijn bezwaar daartegen heeft kunnen maken. Ter zitting in hoger beroep heeft [de directeur] echter verklaard dat hij, als hij geweten had van de aanslagen, in bezwaar naar voren had kunnen brengen dat in het controlerapport enerzijds de levering van de sieraden die in de voorraad is opgenomen wel is geaccepteerd, maar anderzijds de daarmee verband houdende schuld van (ondernemingen van) [erflater] aan Laxmi Jewels niet, en dat het instellen van bezwaar daarom een reële kans van slagen zou hebben gehad. In die zin is het bewijsaanbod ter zake dienend. Gelet op zijn gespecificeerde bewijsaanbod zal het hof de executeur daarom toelaten te bewijzen dat [de partner] de desbetreffende aan (ondernemingen van) [erflater] opgelegde belastingaanslagen OB met als dagtekening 24 december 2016 aan [geïntimeerde] ter hand heeft gesteld.
Groene aanslagen met rode letters
‘Nu de aanslag middels het rapport is gemotiveerd, of beter gezegd is aangegeven dat de aanslag IB 2012 feitelijk naar een te laag bedrag is vastgesteld, doch er geen grond voor navordering is, is het aan u om het bezwaar alsnog nader te motiveren.’
Hieruit volgt dat bij het vaststellen van de aanslag IB (IH) 2012 de Belastingdienst geen rekening heeft gehouden met de bevindingen in het controlerapport zoals de kwestie van de diefstal van de sieraden, de schulden van [erflater] aan Tank en de door de Belastingdienst aangenomen schijnconstructie. De executeur gaat daar kennelijk ook van uit nu hij in de toelichting op grief 4 stelt dat [geïntimeerde] de motivering van het bezwaarschrift had kunnen beperken tot de boete; zoals hiervoor overwogen bedroeg die € 226,--. Nu de aanslag blijkens de brief van de Belastingdienst van 1 maart 2017 ambtshalve was vastgesteld omdat geen aangifte was ingediend, moet ervan worden uitgegaan dat de (verzuim)boete hierop betrekking had. Gesteld noch gebleken is dat en waarom een bezwaar hiertegen enige kans van slagen had, zodat in de gegeven omstandigheden [geïntimeerde] het motiveren van het bezwaar zonder meer achterwege mocht laten.
Oranje aanslagen
Grijze aanslagen
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
De beslissing
’s-Gravenhage ten overstaan van de hierbij benoemde raadsheer-commissaris mr. C.J. Verduyn, op
18 april 2022om
13.30 uur;