ECLI:NL:GHDHA:2022:434
Gerechtshof Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen gerechtshof Den Haag
In deze zaak heeft verzoeker, vertegenwoordigd door zijn advocaat, een verzoek tot verschoning van het gerechtshof Den Haag ingediend, met het verzoek de zaak te verwijzen naar het hof ’s-Hertogenbosch. Tevens is een wrakingsverzoek ingediend tegen het gehele hof en tegen individuele raadsheren. De wrakingskamer heeft beoordeeld dat een verzoek tot verschoning uitsluitend door de rechters zelf kan worden ingediend, waardoor het verzoek van verzoeker niet-ontvankelijk is.
Daarnaast kan een wrakingsverzoek zich niet richten tegen het gehele hof, maar alleen tegen individuele rechters die de zaak behandelen. Aangezien het hoger beroep nog niet is toegewezen aan een zittingscombinatie, kon het wrakingsverzoek tegen de genoemde raadsheren eveneens niet worden ontvangen. De wrakingskamer heeft daarom besloten het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren.
Gezien deze ontvankelijkheidsproblemen zag de wrakingskamer geen aanleiding om het verzoek mondeling te behandelen. De beslissing is uitgesproken in een openbare terechtzitting op 25 februari 2022 en een afschrift van de beslissing wordt toegezonden aan de betrokken partijen en raadsheren.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot wraking en verschoning van het gerechtshof Den Haag.