ECLI:NL:GHDHA:2022:438
Gerechtshof Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wraking en verschoning van rechters in civiele procedure tegen Deloitte
In een civiele procedure tussen verzoeker en Deloitte Holding B.V. heeft verzoeker via zijn advocaat een verzoek tot verschoning van het hof ingediend, gevolgd door een wrakingsverzoek gericht tegen twee raadsheren, Frikkee en Ruizeveld. Verzoeker stelde dat de raadsheer-plaatsvervanger Ulrici een zus heeft die partner is bij een advocatenkantoor waar Deloitte een belangrijke cliënt is, waardoor schijn van partijdigheid zou bestaan.
De wrakingskamer oordeelde dat een verschoningsverzoek alleen door rechters zelf kan worden ingediend en verklaarde het verzoek van verzoeker niet-ontvankelijk. Het wrakingsverzoek tegen het gehele hof werd eveneens niet-ontvankelijk verklaard omdat alleen individuele rechters kunnen worden gewraakt.
Ten aanzien van het wrakingsverzoek tegen de raadsheren Frikkee en Ruizeveld overwoog de kamer dat de familieband en professionele relaties onvoldoende zijn om een zwaarwegende aanwijzing van vooringenomenheid te vormen. Ook was het advocatenkantoor van de zus niet betrokken bij de procedure. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen.
De beslissing werd op 24 maart 2022 door de wrakingskamer van het gerechtshof Den Haag uitgesproken en schriftelijk bevestigd aan alle betrokken partijen.
Uitkomst: Verzoek tot verschoning niet-ontvankelijk; wrakingsverzoek afgewezen wegens ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen van vooringenomenheid.