Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 19 april 2022
[appellant],
[geïntimeerde],wonende te [woonplaats]
De zaak in het kort
Procesverloop in hoger beroep
- het exploot van 30 maart 2020 waarbij [appellant] in hoger beroep is gekomen van het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter in (de rechtbank) Den Haag van 2 januari 2020 (hierna: het bestreden vonnis);
- de memorie van grieven, met producties;
Feiten
Procedure bij de rechtbank
-
primairte verklaren voor recht dat de overeenkomst van geldlening tussen partijen buitengerechtelijk is ontbonden, dan wel
subsidiairde overeenkomst alsnog te ontbinden;
- [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling aan [appellant] van € 25.000, met wettelijke rente;
- [geïntimeerde] te veroordelen in de proceskosten, met wettelijke rente.
Hij heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat partijen mondeling een overeenkomst hebben gesloten waarbij hij € 25.000 aan [geïntimeerde] heeft geleend. Van dit bedrag heeft hij € 15.000 op de bankrekening van [geïntimeerde] overgemaakt en € 10.000 contant aan haar betaald. [geïntimeerde] heeft de lening niet terugbetaald. [appellant] heeft de overeenkomst vervolgens buitengerechtelijk ontbonden. Uit hoofde van de daaruit ontstane ongedaanmakingsverbintenissen is [geïntimeerde] gehouden € 25.000 aan hem te voldoen, aldus [appellant]. Hij heeft zijn vordering (in hoofdsom) beperkt tot dit bedrag. Subsidiair heeft hij aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat hij € 25.000 onverschuldigd aan [geïntimeerde] heeft betaald, althans dat [geïntimeerde] tot dit bedrag ongerechtvaardigd is verrijkt.
Beoordeling in hoger beroep
shahaadada furiinkaovergelegd. Volgens haar toelichting is dit een certificaat van echtscheiding waarvan zij nog een Nederlandse vertaling zal overleggen. Zij heeft een vertaling van dit certificaat door een beëdigd tolk-vertaler overgelegd als productie 4 bij memorie van antwoord.
De beslissing
bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter in (de rechtbank) Den Haag van 2 januari 2020;