Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
e-mailbericht van 29 oktober 2021.
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
6.De beslissing
€ 559,-;
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of Motio, als opvolgend bewindvoerder, recht had op een beloning voor aanvangswerkzaamheden. De kantonrechter had dit aanvankelijk afgewezen, maar Motio ging hiertegen in hoger beroep.
De feiten betroffen het ontslag van de voormalige bewindvoerder vanwege pensionering en de benoeming van Motio als opvolgend bewindvoerder. Motio voerde aan dat zij diverse werkzaamheden had verricht die recht gaven op een vergoeding conform de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.
Het hof oordeelde dat de noodzaak tot bedrijfsbeëindiging door pensionering geen uitzonderlijke omstandigheid vormt die afwijkt van het forfaitaire systeem rechtvaardigt. Het hof stelde vast dat Motio recht heeft op de forfaitaire vergoeding van €559 voor aanvangswerkzaamheden en vernietigde de bestreden beschikking op dit punt.
De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De uitspraak benadrukt het uitgangspunt van een forfaitaire vergoeding en beperkt de ruimte voor afwijking tot uitzonderlijke omstandigheden die hier niet aanwezig waren.
Uitkomst: Het hof kent Motio een forfaitaire beloning van €559 toe voor aanvangswerkzaamheden als opvolgend bewindvoerder.