In deze strafzaak stond verdachte terecht voor verduistering van goederen, geld en spaarpunten van zijn werkgever, Ligthart Transvaal B.V., gedurende de periode van augustus tot oktober 2017. De verdachte, werkzaam als kassier bij een tankstation, werd in eerste aanleg veroordeeld tot een taakstraf, maar ging in hoger beroep.
Het hof heeft het bewijs beoordeeld en vastgesteld dat het opsporingsonderzoek beperkt was tot het bekijken van camerabeelden en een aangifte van een particulier recherchebureau. Deze aangifte bevatte geen concreet en controleerbaar verband tussen de waargenomen gedragingen van verdachte en administratieve gegevens die zouden aantonen dat verdachte goederen wederrechtelijk heeft toegeëigend zonder betaling.
De verdachte ontkende de tenlastelegging en het hof vond dat de gedragingen op de beelden ook een andere, niet-wederrechtelijke uitleg konden hebben. Daarnaast ontbrak het aan bewijs dat betalingen daadwerkelijk uitbleven. Het hof concludeerde dat het bewijs niet wettig en overtuigend was en sprak verdachte daarom vrij.
Het arrest werd gewezen door mr. R.M. Bouritius, mr. A. de Lange en mr. J.J.H.M. van Gennip op 23 mei 2022.