ECLI:NL:GHDHA:2023:1087
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning en afwijzing vergoeding immateriële schade wegens vertraging
Belanghebbende is eigenaar van een twee-onder-een-kap woning waarvan de WOZ-waarde voor 2020 door de gemeente Westland is vastgesteld op €571.000. De waarde is gebaseerd op een taxatierapport, een matrix met vergelijkingsobjecten en andere onderliggende stukken. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de beschikking en stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om vergoeding van immateriële schade afwees.
In hoger beroep bevestigt het Gerechtshof Den Haag de uitspraak van de rechtbank. De Heffingsambtenaar heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, onder meer door vergelijking met goed vergelijkbare woningen en rekening houdend met factoren als onderhoud en ligging. De door belanghebbende aangevoerde bezwaren, zoals gebrekkig onderhoud, optrekkend vocht en omgevingsfactoren, zijn onvoldoende concreet onderbouwd.
Ten aanzien van de vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn stelt het hof vast dat de overschrijding grotendeels het gevolg is van het procesgedrag en de beschikbaarheid van de gemachtigde van belanghebbende. Hierdoor is geen sprake van onredelijke vertraging die voor vergoeding in aanmerking komt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt bevestigd en het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.