ECLI:NL:GHDHA:2023:1099
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning ondanks uitzicht op zijmuur en vergelijkingsobjecten
Belanghebbende is eigenaar van een in 2017 gebouwde rijwoning met een inhoud van circa 477 m3 en een perceel van 139 m2. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2019 vast op €432.000, gebaseerd op een taxatierapport met een systematische vergelijking van vergelijkbare woningen in dezelfde straat, met gelijk bouwjaar en type.
Belanghebbende betwistte de waarde, onder meer vanwege het uitzicht op een zijmuur en verschillen in afwerking, en stelde dat andere vergelijkingsobjecten beter geschikt waren. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld en voldoende rekening was gehouden met verschillen.
In hoger beroep bevestigde het Hof dit oordeel. Het hof vond dat de gebruikte vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar waren en dat de heffingsambtenaar de verschillen adequaat had verwerkt. De door belanghebbende aangedragen alternatieve objecten werden minder geschikt geacht vanwege afwijkend woningtype, ligging en tijdstip van verkoop. Ook het betoog over het waardedrukkende effect van de blinde muur werd verworpen omdat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat dit effect bestond.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van €432.000 en verklaart het hoger beroep ongegrond.