ECLI:NL:GHDHA:2023:1100
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning ondanks slechte staat en ligging
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning met bijgebouwen en een groot perceel, waarvan een deel een woonbestemming heeft en een deel agrarisch is. De Heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde voor het jaar 2020 vast op €440.000, welke na bezwaar werd verlaagd tot €400.000. Belanghebbende stelde beroep in bij de Rechtbank Rotterdam, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Haag.
Het geschil betreft de vraag of de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld, waarbij belanghebbende betoogt dat vanwege de sloopwaardige staat van de woning alleen de grondwaarde moet worden gehanteerd. De Heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een matrix van vergelijkingsobjecten en corrigeerde voor slechte kwaliteit en onderhoud.
Het Hof oordeelt dat de vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar zijn en dat de Heffingsambtenaar met de toegepaste correcties voldoende rekening heeft gehouden met de slechte staat en ligging van de woning. De primaire stelling van belanghebbende dat de woning sloopwaardig is, wordt niet onderbouwd en vindt geen steun in de stukken. De WOZ-waarde van €400.000 wordt dan ook bevestigd. Het Hof ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van €400.000 ondanks de slechte staat en ligging van de woning.