ECLI:NL:GHDHA:2023:1134
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdeling en waardering van registergoederen na beëindiging informele samenleving
Partijen hadden gedurende vijf jaar een affectieve relatie zonder schriftelijk samenlevingscontract en kochten samen 15 registergoederen in mede-eigendom voor verhuur. De kosten van aankoop en verbouwing werden volledig door één partij gefinancierd, wat leidde tot geschil over verdeling en financiële afwikkeling na beëindiging van de relatie.
De rechtbank had diverse tussenvonnissen gewezen, waarop beide partijen hoger beroep instelden. Het hof voegde de procedures samen en bekeek onder meer de wijze van verdeling, waarderingsmoment en maatstaf, en de financiële afwikkeling van verbouwingskosten en huurpenningen.
Het hof oordeelde dat alle 15 panden aan de financierende partij worden toegedeeld, omdat deze het economische risico droeg, en dat de waardering plaatsvindt op 1 januari 2019, dicht bij het einde van de relatie. De waarde wordt bepaald op basis van de waarde in verhuurde staat. De vordering van de andere partij voor werkzaamheden werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs. De huurpenningen worden gelijk verdeeld. Het hof stelde een deskundige aan voor waardering en hield verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat alle 15 registergoederen per 1 januari 2019 worden gewaardeerd en aan de financierende partij worden toegedeeld met financiële verrekening, en benoemt een deskundige voor waardering.