ECLI:NL:GHDHA:2023:1599
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep niet tijdig beslissen en afwijzing proceskostenvergoeding motorrijtuigenbelastingboete
Belanghebbende kreeg een verzuimboete van €55 opgelegd wegens niet-tijdige betaling van motorrijtuigenbelasting. Na bezwaar en het uitblijven van een tijdige beslissing stelde belanghebbende beroep in tegen het niet tijdig beslissen. Uiteindelijk werd het bezwaar op 3 maart 2021 afgewezen en de boete gehandhaafd.
De Rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en het beroep tegen de uitspraak op bezwaar ongegrond. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen de afwijzing van de proceskostenvergoeding.
Het Hof bevestigde de uitspraak van de Rechtbank en oordeelde dat het procesbelang bij het beroep tegen het niet tijdig beslissen was komen te vervallen door de uitspraak op bezwaar. Het beroep was dan ook terecht niet-ontvankelijk. De verzuimboete was terecht opgelegd en het beroep tegen de uitspraak op bezwaar ongegrond. Hoewel jurisprudentie recht op proceskostenvergoeding bij niet tijdig beslissen kent, achtte het Hof bijzondere omstandigheden aanwezig die dit recht uitsluiten, omdat belanghebbende en zijn gemachtigde de procedure bewust vertraagden en geen materieel belang hadden bij het beroep.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het beroep tegen niet tijdig beslissen en verklaart het beroep tegen de verzuimboete ongegrond zonder proceskostenvergoeding.