Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 8 februari 2022 waarmee [appellant 1] c.s. in hoger beroep is gekomen van het tussenvonnis van de rechtbank Rotterdam van 11 augustus 2021 en het eindvonnis van 10 november 2021;
- het arrest van dit hof van 8 maart 2022, waarin een mondelinge behandeling is gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 18 mei 2022;
- de memorie van grieven, tevens houdende akte houdende wijziging / vermeerdering van eis van [appellant 1] c.s.;
- de memorie van antwoord van [verweerder 1] c.s.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vorderingen in hoger beroep
subsidiairdat [verweerder 1] c.s. zal worden veroordeeld tot nakoming van de VSO door te gehengen en gedogen dat de mediator conform zijn opdracht bij wijze van bindend advies een oordeel geeft of en uit welke hoofde [verweerder 1] c.s. een (rente)vergoeding aan [appellant 1] c.s. verschuldigd is.
Meer subsidiairvordert [appellant 1] c.s. de veroordeling van [verweerder 1] c.s. tot vergoeding aan haar van een door het hof op de voet van artikel 7:904 lid 2 BW Pro vast te stellen (rente)vergoeding. [appellant 1] c.s. heeft tot slot haar eis vermeerderd, en vordert
uiterst subsidiairde veroordeling van [verweerder 1] c.s. tot betaling aan haar van een schadevergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking. Een en ander met veroordeling van [verweerder 1] c.s. in de kosten.
6.Beoordeling in hoger beroep
Primair: nakoming bindend advies
7.Beslissing
- veroordeelt [Holding] tot betaling aan [appellant 1] c.s. van een rente, die gelijk is aan de rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de koopsom van € 268.070,-- vanaf 1 april 2017 tot 15 juli 2019;
- verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
- compenseert de kosten van zowel de eerste aanleg als van het hoger beroep in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt;
- wijst af het anders of meer gevorderde.