AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Schadevergoeding wegens onrechtmatig verzuim gemeente bij woonbestemming perceel
Appellant kocht in 1987 een perceel in de gemeente Zoeterwoude met de intentie daarop een woning te bouwen, waarvoor een bestemmingswijziging nodig was. De gemeente had toegezegd deze wijziging door te voeren, maar vergat dit in het bestemmingsplan op te nemen. Pogingen om dit later te herstellen liepen vast door provinciale bezwaren. In eerdere procedures werd de gemeente veroordeeld tot schadevergoeding, maar de hoogte daarvan moest nog worden vastgesteld.
De rechtbank had de schade begroot op circa €231.000, uitgaande van een kans van 60% dat de woonbestemming zou zijn toegekend, en een peildatum van 1 juli 2012. Appellant stelde hoger beroep in en vorderde een hogere vergoeding. Het hof stelt de kans dat de woonbestemming zou zijn toegekend op 80%, en bepaalt de peildatum op 1 juli 1997, aansluitend bij het moment waarop appellant de woning zou hebben gerealiseerd.
De schade wordt berekend als 80% van het verschil tussen de marktwaarde van het perceel met woonbestemming en bebouwing minus de ontwikkelkosten en de waarde van het perceel zonder woonbestemming. De marktwaarde met woonbestemming wordt vastgesteld op €346.750, de ontwikkelkosten op €150.000 en de waarde zonder woonbestemming op €20.000, resulterend in een schade van €141.400. Daarnaast worden deskundigenkosten van €70.109 toegewezen. Het hof vernietigt het eerdere vonnis voor zover het afwijkt van deze toewijzing en veroordeelt de gemeente tot betaling van deze bedragen met wettelijke rente vanaf respectievelijk 1 juli 1997 en 1 juli 2018.
Uitkomst: De gemeente wordt veroordeeld tot betaling van €141.400 plus wettelijke rente vanaf 1 juli 1997 en €70.109 plus wettelijke rente vanaf 1 juli 2018.
Voetnoten
2.Verwijzingen naar het ‘tussenvonnis’ zijn naar het tussenvonnis van 12 februari 2020.
3.Geciteerd in rov. 4.13 van het tussenvonnis.
4.Zie hiervoor ook het op dit punt door de rechtbank gevolgde deskundigenbericht p. 51: € 658.125 is de marktwaarde van het perceel met bouwbestemming en bebouwing per 1 juli 2012.
5.MvA II, Parl. Gesch. P.339; A-G Hartkamp voor HR 15 november 1998, NJ 1998, 314
6.Dit is tussen partijen niet in geschil; zie ook tussenvonnis rov. 4.28.
7.Spreekaantekeningen [appellant] in persoon nr. 4 en nr. 22. Zie ook pleitnota mr. Van Galen in hoger beroep nr. 3: de gemeente had ervoor moeten kiezen de schade in 1998 te vergoeden.
8.Deskundigenrapport p. 51.
9.Deskundigenrapport p. 52.
10.Deskundigenrapport p. 35.
11.Deskundigenrapport p. 51.
12.Conclusie na deskundigenbericht van 24 maart 2021 nr. 7.
13.Akte van 20 januari 2021 nr. 4.f; Conclusie na deskundigenbericht van 21 april 2021 nr. 3.b.
14.Deskundigenrapport p. 34-35.
15.Vgl. Deskundigenrapport p. 35.
16.Memorie van grieven nr. 130.
17.Vgl. conclusie na deskundigenrapport van [appellant] van 24 maart 2021 nr. 57: “€ 272.912,00 Minus eigen beheer (…) € p.m.”.
18.Rapport Mondico (productie 11 inleidende dagvaarding) p. 26-27; rapport Panteia (productie 7 bij inleidende dagvaarding) p. 6.
19.Eindvonnis rov. 2.13.
20.Akte van 20 januari 2021 nr. 4.h.
21.Akte van 20 januari 2021 nr. 4.i.
22.Conclusie na deskundigenbericht van 21 april 2021 nr. 3.e.
23.Productie 3 conclusie van antwoord p. 18.
24.Deskundigenrapport p. 18.
25.Eindvonnis rov. 2.9.
26.Deskundigenrapport p. 52.
27.Akte van 20 januari 2021 nr.4.e.
28.Rapport Mondico (productie 11 inleidende dagvaarding) p. 24.