ECLI:NL:GHDHA:2023:1944
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek stiefouderadoptie meerderjarige wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding
Het gerechtshof Den Haag bevestigt de eerdere beslissing van de rechtbank waarin het verzoek tot stiefouderadoptie van een meerderjarige is afgewezen omdat niet voldaan is aan het vereiste van minderjarigheid zoals gesteld in artikel 1:228 lid 1 sub a BW Pro.
Appellanten, de stiefvader en de meerderjarige zoon, voerden aan dat er sprake is van een hechte ouder-kindrelatie en dat de juridische vader nauwelijks betrokken is geweest. Zij stelden dat het ontbreken van een verzoek tot adoptie tijdens de minderjarigheid te begrijpen is en dat de afwijzing een inbreuk vormt op het recht op gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro.
Het hof oordeelt echter dat het wachten met het verzoek tot adoptie tot na de meerderjarigheid niet verschoonbaar is, mede omdat stiefouderadoptie tijdens de minderjarigheid een reële mogelijkheid was. Hoewel er een emotionele band bestaat, zijn de omstandigheden niet uitzonderlijk genoeg om af te wijken van het dwingendrechtelijke minderjarigheidsvereiste. Het verzoek wordt daarom afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het verzoek tot stiefouderadoptie van de meerderjarige is afgewezen wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding en onvoldoende uitzonderlijke omstandigheden.