Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 10 november 2022, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis in kort geding van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 13 oktober 2022, met daarin opgenomen de grieven;
- het arrest van dit hof van 13 december 2022, waarin een mondelinge behandeling na aanbrengen is gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling na aanbrengen van 31 januari 2023;
- de memorie van antwoord van Havensteder.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de kantonrechter
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
Toetsingskader kort geding
7.Beslissing
- bekrachtigt het vonnis in kort geding van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 13 oktober 2022;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, aan de kant van Havensteder tot op heden begroot op € 783,- aan griffierecht en € 3.549,- aan salaris voor de advocaat (3 punten x tarief II).