Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2023:1994

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
10 oktober 2023
Publicatiedatum
19 oktober 2023
Zaaknummer
200.332.996/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 39 lid 5 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger beroep tegen wrakingsbeslissing rechtbank Den Haag

In deze zaak heeft verzoeker tegen de rechtbank een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter in de hoofdzaak. Dit verzoek werd door de rechtbank afgewezen, waarna verzoeker in hoger beroep ging bij het gerechtshof Den Haag.

Het hof heeft eerst de ontvankelijkheid van het hoger beroep beoordeeld. Volgens artikel 39 lid 5 Rv Pro is tegen een wrakingsbeslissing in principe geen rechtsmiddel mogelijk, tenzij er sprake is van het niet toepassen van de wrakingsregeling, het buiten toepassingsgebied treden daarvan, of essentieel vormverzuim dat een eerlijke en onpartijdige behandeling in de weg staat. Verzoeker stelde dat er sprake was van essentieel vormverzuim, met name het ontbreken van een mondelinge behandeling.

Het hof oordeelt dat het ontbreken van een mondelinge behandeling op zichzelf niet leidt tot schending van het hoor en wederhoor, gelet op de ingediende stukken in eerste aanleg en de wrakingsprocedure. Er is geen sprake van het niet toepassen van de regeling of het buiten toepassingsgebied treden daarvan. Tevens benadrukt het hof dat wraking geen verkapt rechtsmiddel is om inhoudelijke beslissingen van de rechtbank aan te vechten.

Daarom wordt het hoger beroep van verzoeker verworpen en het wrakingsverzoek afgewezen. De beslissing is uitgesproken door een meervoudige kamer van het hof op 10 oktober 2023.

Uitkomst: Het gerechtshof wijst het hoger beroep tegen de wrakingsbeslissing af en bevestigt de afwijzing van het wrakingsverzoek.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

zaaknummer : 200.332.996/01
zaak-/rekestnummer wrakingskamer rechtbank : C/09/654129 / KG RK 23-1228
zaak-/rekestnummer hoofdzaak rechtbank : C/09/653490 / FA RK 23/6552
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken van 10 oktober 2023
op het verzoek tot wraking als bedoeld in artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), in de hoofdzaak met het hiervoor genoemde zaaknummer van:

[verzoeker] ,

verblijvende te India,
verzoeker,
hierna te noemen: [verzoeker] .

Het verloop van de procedure

1. Bij de rechtbank is onder zaaknummer C/09/653490 / FA RK 23/6552 een procedure aanhangig tussen [verzoeker] als verzoeker en [verweerder] als verweerder (hierna: de hoofdzaak). In de hoofdzaak wordt [verzoeker] niet bijgestaan door een advocaat.
2. In de hoofdzaak heeft [verzoeker] de rechtbank op 20 september 2023 verzocht om uitstel van de mondelinge behandeling van 22 september 2023. De rechtbank heeft dit verzoek van [verzoeker] op 21 september 2023 afgewezen.
3. Bij per e-mail van 21 september 2023 met bijlage heeft [verzoeker] een verzoek tot wraking gedaan van (de wrakingskamer van het hof begrijpt) mr. [de gewraakte rechter] , de behandelend rechter in de hoofdzaak (hierna: de gewraakte rechter).
4. Bij beslissing van de meervoudige kamer voor wrakingszaken van de rechtbank Den Haag van 22 september 2023 is het wrakingsverzoek van [verzoeker] afgewezen.
5. Bij e-mail van 29 september 2023 met bijlage is [verzoeker] van deze beslissing in hoger beroep gekomen.
6. De wrakingskamer van het hof (hierna: het hof) heeft de stukken van het hoger beroep beoordeeld en besloten uitspraak te doen zonder behandeling van het verzoek op zitting.

De beoordeling van het hoger beroep

Ontvankelijkheid van [verzoeker]

7. Voordat het hof het hoger beroep eventueel inhoudelijk zal kunnen beoordelen, dient het hof allereerst de vraag te beantwoorden of [verzoeker] ontvankelijk is in het door hem ingestelde hoger beroep tegen de beslissing van de wrakingskamer van de rechtbank.
8. Ingevolge het bepaalde in artikel 39 lid 5 Rv Pro staat tegen de beslissing op een wrakingsverzoek geen rechtsmiddel open. Dit is op grond van vaste rechtspraak slechts anders indien de wrakingskamer van de rechtbank de regeling met betrekking tot de wraking ten onrechte niet heeft toegepast of buiten het toepassingsgebied ervan is getreden, dan wel zodanig essentiële vormen niet in acht heeft genomen dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling niet kan worden gesproken. Wordt slechts geklaagd over de wijze waarop de regeling is toegepast, dan is dat onvoldoende om het rechtsmiddelenverbod te doorbreken.
9. Nu [verzoeker] heeft gesteld dat sprake is van een essentieel vormverzuim in de wrakingsprocedure bij de rechtbank (waaronder het niet houden van een mondelinge behandeling), is [verzoeker] in zoverre ontvankelijk in het hoger beroep en komt het hof toe aan een inhoudelijke beoordeling daarvan.
Inhoudelijke beoordeling
10. Het hof stelt vast dat gesteld noch gebleken is dat de regeling met betrekking tot de wraking ten onrechte niet is toegepast.
11. Naar het oordeel van het hof doet zich niet de situatie voor dat door de rechtbank in de wrakingsprocedure zodanig essentiële vormen zijn verzuimd dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van het verzoek tot wraking niet kan worden gesproken. De enkele omstandigheid dat geen mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek heeft plaatsgevonden is onvoldoende om tot schending van het beginsel van hoor en wederhoor te concluderen gezien de in eerste aanleg, inclusief de wrakingsprocedure, ingediende stukken. Ook doet zich naar het oordeel van het hof niet de situatie voor dat de wrakingskamer van de rechtbank buiten het toepassingsgebied van de toepasselijke regeling is getreden.
12. Voor het overige miskent verzoeker dat de wrakingskamer geen inhoudelijk oordeel toekomt over de juistheid van de beslissing het verzoek tot uitstel van de behandeling van de zaak af te wijzen. Wraking is geen verkapt rechtsmiddel.
13. Dit betekent dat het beroep van verzoeker tegen de beslissing van de wrakingskamer moet worden verworpen.

De beslissing

Het hof:
wijst het verzoek tot wraking af;
bepaalt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan [verzoeker] alsmede aan de gewraakte rechter.
Deze beslissing is gegeven door mrs. Th.W.H.E. Schmitz, M.Y. Bonneur en A. van Dongen en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 oktober 2023, in aanwezigheid van mr. I.E. van der Leij, griffier.