Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
zaak-/rekestnummer wrakingskamer rechtbank : C/09/654129 / KG RK 23-1228
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
In deze zaak heeft verzoeker tegen de rechtbank een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter in de hoofdzaak. Dit verzoek werd door de rechtbank afgewezen, waarna verzoeker in hoger beroep ging bij het gerechtshof Den Haag.
Het hof heeft eerst de ontvankelijkheid van het hoger beroep beoordeeld. Volgens artikel 39 lid 5 Rv Pro is tegen een wrakingsbeslissing in principe geen rechtsmiddel mogelijk, tenzij er sprake is van het niet toepassen van de wrakingsregeling, het buiten toepassingsgebied treden daarvan, of essentieel vormverzuim dat een eerlijke en onpartijdige behandeling in de weg staat. Verzoeker stelde dat er sprake was van essentieel vormverzuim, met name het ontbreken van een mondelinge behandeling.
Het hof oordeelt dat het ontbreken van een mondelinge behandeling op zichzelf niet leidt tot schending van het hoor en wederhoor, gelet op de ingediende stukken in eerste aanleg en de wrakingsprocedure. Er is geen sprake van het niet toepassen van de regeling of het buiten toepassingsgebied treden daarvan. Tevens benadrukt het hof dat wraking geen verkapt rechtsmiddel is om inhoudelijke beslissingen van de rechtbank aan te vechten.
Daarom wordt het hoger beroep van verzoeker verworpen en het wrakingsverzoek afgewezen. De beslissing is uitgesproken door een meervoudige kamer van het hof op 10 oktober 2023.
Uitkomst: Het gerechtshof wijst het hoger beroep tegen de wrakingsbeslissing af en bevestigt de afwijzing van het wrakingsverzoek.