Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[de verdachte],
899,49 kilogram cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
Overwegingen van het hof
preciesis besproken en hoe bindend dat was voor partijen lopen de visies van de verdediging en het openbaar ministerie uiteen. In de visie van het openbaar ministerie zijn er geen bindende toezeggingen gedaan en is er geen sprake van procesafspraken.
on the processwillekeurig aanwijzen van geprivilegieerden, die aan dit project mee mogen doen. Het lijkt min of meer toeval te zijn, dat juist de verdachte en zijn drie medeverdachten zijn geselecteerd. Het openbaar ministerie lijkt, gelet op het standpunt verwoord op de pro forma zitting van 17 mei 2023 tot dit inzicht te zijn gekomen en tracht tot een meer doordachte aanpak te komen, hetgeen vanuit het oogpunt van een zekere rechtsgelijkheid alleen maar toe te juichen valt. Het is kennelijk niet de proceshouding van de verdachte van meet af aan (bijvoorbeeld: direct open kaart spelen bij de politie) of het strafblad (first offender) of de leeftijd (de verdachte en zijn medeverdachten zijn tussen de 26 en 34 jaar) of de combinatie daarvan die een doorslaggevende rol heeft gespeeld bij de afweging te komen tot een alternatieve afdoening. Het hof is van oordeel dat deze willekeurige selectie onwenselijk is.
- de niet transparante vormgeving van de afspraken voor wat betreft het afzien van onderzoekswensen;
- de onmogelijkheid de instemming van de verdachte met de gang van zaken te toetsen;
- de onduidelijkheid over de vereiste ‘openheid’ van de verdachte op zitting (al dan niet bekennend);
- het niet in acht nemen van de externe openbaarheid;
- in ruimer perspectief – de willekeurige wijze waarop de selectie van de gegadigden voor deze alternatieve afdoening tot stand is gekomen.
Dealen met ondermijningsdelicten, 2018. [14]
of omstreeks11 september 2022
op deMaasvlakte
teRotterdam, gemeente Rotterdam
,tezamen en in vereniging met
een of meeranderen
, althans alleen,opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht
, waaronder zoals bedoeld in artikel 1 lid 4 van Pro de Opiumwet, ongeveer 899,49 kilogram, in elk gevaleen hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
of omstreeks11 september 2022
op deMaasvlakte
teRotterdam
,tezamen en in vereniging met
een of meeranderen
, althans alleenwederrechtelijk heeft verbleven op een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag en/of overslag van goederen, te weten het besloten terrein van APM2 terminal, gevestigd aan de Europaweg 910, waarbij hij, verdachte, zich
al dan nietmet zijn mededader
(s
)op die besloten plaats
vervolgensde toegang heeft verschaft tot een
gebouw,ruimte
of vervoermiddelbestemd voor de distributie, opslag of overslag van goederen, te weten
een of meercontainers (met nummers TGHU176336-5 en
/ofTCKU785773-7 en
/ofMSKU188614-1 en
/ofMSMU422068-0) door middel van braak
, verbreking en/of inklimming, in elk geval wederrechtelijk op die besloten plaats heeft verbleven.
1.
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod;
2.
wederrechtelijk verblijven op een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag of overslag van goederen, waarbij de schuldige zich op de besloten plaats de toegang heeft verschaft tot een ruimte bestemd voor distributie, opslag of overslag door middel van braak, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
36 (zesendertig) maanden.