ECLI:NL:GHDHA:2023:2085
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waardebepaling woning voor WOZ-aanslag na hoger beroep
Belanghebbende stelde in hoger beroep dat de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te hoog was en verzocht om een verlaging naar € 529.000. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op € 550.000 en onderbouwde dit met een vergelijkingsmatrix van drie vergelijkbare woningen.
De Rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en het Gerechtshof bevestigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, mede door een systematische vergelijking met drie vergelijkingsobjecten die sterk overeenkwamen met de woning.
De stelling van belanghebbende dat slechts het vergelijkingsobject met de laagste prijs per m² in aanmerking moest worden genomen, werd verworpen. Ook een nieuwe ter zitting ingebracht punt over een ontbrekende bolletjesgrafiek werd als tardief afgewezen vanwege de goede procesorde.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van € 550.000 wordt bevestigd.