ECLI:NL:GHDHA:2023:2086
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waardebepaling woning voor WOZ-heffing in hoger beroep
De heffingsambtenaar stelde de waarde van de woning per 1 januari 2020 vast op € 258.000 voor het kalenderjaar 2021. Belanghebbende was het hiermee oneens en stelde dat de waarde te hoog was vastgesteld, pleitend voor een lagere waarde van € 239.000. De Rechtbank Den Haag verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de waarde.
In hoger beroep werd door belanghebbende aangevoerd dat slechts één van de drie vergelijkingsobjecten relevant zou zijn voor de waardebepaling, terwijl de heffingsambtenaar meerdere vergelijkingsobjecten gebruikte. Het Hof oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld door systematische vergelijking met meerdere objecten.
Het Hof ging in op specifieke vragen over waarderingsfactoren (KOUVL-factoren) en concludeerde dat correcties in de waardering van voorzieningen niet leiden tot een te hoge waardebepaling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van € 258.000 wordt bevestigd.