ECLI:NL:GHDHA:2023:2092
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging faillissementsvonnis wegens ontbreken betalingsonmacht appellant
In deze zaak is appellant door de rechtbank Den Haag in staat van faillissement verklaard. Appellant kwam in hoger beroep en verzocht het gerechtshof om de faillietverklaring te vernietigen. Hij stelde dat hij met al zijn schuldeisers een regeling had getroffen en dat hij niet in de toestand verkeerde om te zijn opgehouden met betalen. De schuldhulpverlener bevestigde deze situatie.
De curator erkende dat met alle bekende schuldeisers schriftelijke regelingen waren getroffen, behalve met de Belastingdienst, waarvoor nog een afbetalingsregeling zou worden getroffen vanwege een teruggave. Het salaris van de curator was voldaan door een derde en er was zekerheid dat de overige faillissementskosten zouden worden betaald. De curator adviseerde daarom het faillissement op te heffen.
Het hof oordeelde dat niet summierlijk was gebleken dat appellant nog in de toestand verkeerde van betalingsonmacht. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het verzoek tot faillietverklaring werd afgewezen. Een veroordeling van appellant tot betaling van faillissementskosten werd achterwege gelaten omdat deze reeds waren voldaan of verzekerd.
De uitspraak werd gedaan op 17 mei 2023 door het gerechtshof Den Haag, waarbij het vonnis van 21 maart 2023 werd vernietigd en het faillissementsverzoek werd afgewezen.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt het faillissementsvonnis en wijst het verzoek tot faillietverklaring af wegens ontbreken van betalingsonmacht.