ECLI:NL:GHDHA:2023:2102
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot dwangakkoord tegen weigering schuldeiser LBWN B.V.
Appellante heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend om LBWN B.V. te bevelen in te stemmen met een aangeboden schuldregeling, nadat LBWN weigerde mee te werken aan het minnelijke traject. De rechtbank verklaarde appellante niet-ontvankelijk wegens onvolledigheid van het verzoekschrift. In hoger beroep heeft appellante de ontbrekende gegevens alsnog toegevoegd en verzocht het hof de vonnissen te vernietigen en LBWN te bevelen in te stemmen met de schuldregeling.
LBWN stelde dat appellante niet te goeder trouw was, omdat zij huur van een scootmobiel en rolstoel niet had betaald en eerdere vonnissen had genegeerd. Appellante betwistte dit en gaf aan dat haar ex-partner destijds de betalingen regelde. Het hof overwoog dat goede trouw geen directe weigeringsgrond is, maar wel meeweegt in de belangenafweging. Gezien de langdurige ontstane schuld en de beperkte financiële mogelijkheden van appellante, acht het hof de weigering van LBWN niet redelijk.
Het hof concludeerde dat LBWN in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling kon komen, mede vanwege het belang van appellante en de overige schuldeisers die wel instemden. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en beval LBWN alsnog in te stemmen met de schuldregeling.
Uitkomst: Het hof beveelt LBWN B.V. in te stemmen met de door appellante aangeboden schuldregeling.