ECLI:NL:GHDHA:2023:2141
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- P.J.J. Vonk
- H.A.J. Kroon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde recreatiewoning na hoger beroep
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande recreatiewoning met een inhoud van circa 77 m³ en een perceel van ongeveer 1.100 m². De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2019 vast op €300.000, waartegen belanghebbende bezwaar en beroep instelde.
De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. Dit was gebaseerd op een taxatieverslag, een vergelijkingsmatrix met drie vergelijkbare recreatiewoningen, en een onderbouwde indexering naar de waardepeildatum.
Belanghebbende voerde aan dat de waarde te hoog was, onder meer vanwege de bereikbaarheid van de woning alleen via het water en de verschillen in perceelgrootte. Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar hiermee voldoende rekening had gehouden, onder andere door een lagere vlokcodering toe te passen en passende vergelijkingsobjecten te gebruiken.
De klachten over onvoldoende motivering en het niet meenemen van kleine opstallen faalden eveneens. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €300.000 bevestigd.