Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
€ 194,-
€ 219,-
€ 219,- per maand.
€ 242,-
Gerechtshof Den Haag
De man en vrouw zijn ouders van een minderjarige en voeren een geschil over de hoogte van de kinderalimentatie. De rechtbank had de alimentatie vastgesteld op €271 per maand vanaf 15 maart 2021, maar de man betwistte dit en stelde een lagere bijdrage voor op basis van zijn actuele inkomen.
Het hof overweegt dat de behoefte van het kind in beginsel wordt berekend aan de hand van het netto gezinsinkomen voorafgaand aan het uiteengaan van de ouders. Hoewel het huidige inkomen van de man hoger is, leidt toepassing van de actuele inkomens en de nieuwste tabellen tot een onredelijke lagere behoefte dan bij gebruik van het inkomen uit 2015. Daarom volgt het hof de aanbeveling van de Expertgroep Alimentatie niet en baseert het de behoefte op het inkomen van 2015, geïndexeerd naar 2021.
De draagkracht van beide ouders wordt vastgesteld en de verdeling van de kosten van het kind berekend. De man wordt veroordeeld tot betaling van €194 per maand vanaf 15 maart 2021 tot 1 januari 2022, €219 per maand in 2022 en €242 per maand vanaf 2023. Tevens wordt bepaald dat de vrouw de teveel ontvangen alimentatie sinds 15 maart 2021 binnen drie maanden moet terugbetalen.
De grieven van de man worden deels gehonoreerd, die van de vrouw afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de overige verzoeken worden afgewezen.
Uitkomst: Het hof stelt de kinderalimentatie vast op lagere bedragen dan de rechtbank en bepaalt terugbetaling van teveel ontvangen alimentatie.