Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2023:2300

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
5 december 2023
Publicatiedatum
28 november 2023
Zaaknummer
200.317.073/02
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor in hoger beroep nalatenschapszaak

In deze civiele zaak in hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag hebben appellant 1 en appellant 2 een verzoek ingediend tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor. Dit verzoek was gerelateerd aan een geschil over de nalatenschappen van hun ouders, waarbij onder meer de vraag speelde wie het economisch eigendom van een woning toekomt en of geïntimeerde afstand heeft gedaan van zijn aanspraak op de nalatenschap van hun vader.

De mondelinge behandeling vond plaats op 9 november 2023, waarbij partijen hun standpunten konden toelichten. Geïntimeerde voerde gemotiveerd verweer tegen het verzoek en betoogde dat appellanten geen belang meer hadden bij het voorlopig getuigenverhoor gezien de stand van de procedure.

Het hof oordeelde dat de procedure in hoger beroep voldoende was uitgekristalliseerd en dat het duidelijk was waar de bewijslast lag. Daarom zag het hof geen belang meer bij het houden van het voorlopig getuigenverhoor. Om verdere escalatie van het familierechtelijke conflict te voorkomen, besloot het hof de proceskosten te compenseren door iedere partij zijn eigen kosten te laten dragen.

De beschikking werd op 5 december 2023 uitgesproken door de kamer bestaande uit Boelens, Labohm en Zonneveld, bijgestaan door griffier De Witte-Renkema.

Uitkomst: Verzoek tot voorlopig getuigenverhoor wordt afgewezen en iedere partij draagt eigen proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Team Familie
Uitspraak : 5 december 2023
Zaaknummer : 200.317.073/02
Zaaknummer rechtbank : C/09/595744/ HA ZA 20-659
1.
[appellant 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2.
[appellant 2],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekers,
hierna tezamen te noemen: [appellant 1] en [appellant 2] ,
advocaat: mr. A.C. de Bakker te Hendrik-Ido-Ambacht,
tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,
verweerder,
hierna te noemen: [geïntimeerde] ,
advocaat: mr. S.W. Autar-Matawlie te Den Haag.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

[appellant 1] en [appellant 2] hebben op 24 maart 2023 een verzoekschrift tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor ingediend.
[geïntimeerde] heeft op 31 juli 2023 een verweerschrift ingediend.
De zaak is op 9 november 2023 tezamen met de dagvaardingszaak bij het hof bekend onder zaaknummer 200.317.073/01 mondeling behandeld.
Ter zitting waren aanwezig:
- [appellant 1] en [appellant 2] , bijgestaan door hun advocaat;
- [geïntimeerde] , bijgestaan door zijn advocaat en mr. S. Vermeule, een kantoorgenoot van zijn advocaat.

BEOORDELING VAN HET VERZOEK TOT HET HOUDEN VAN EEN VOORLOPIG GETUIGENVERHOOR

Algemeen
1. Het hof overweegt als volgt. [appellant 1] en [appellant 2] zijn in hoger beroep gekomen van de vonnissen van de rechtbank Den Haag van 23 maart 2022 en 20 juli 2022. Hun wederpartij was [geïntimeerde] . In hoger beroep hebben zij [geïntimeerde] gedagvaard en gedeeltelijk vernietiging gevorderd van de hiervoor vermelde vonnissen. [geïntimeerde] heeft incidenteel appel ingesteld en eveneens gedeeltelijk vernietiging gevorderd van voormelde vonnissen. De mondelinge behandeling heeft op verzoek van [appellant 1] en [appellant 2] op 9 november 2023 plaatsgevonden. Beide partijen zijn toen in de gelegenheid gesteld om hun vordering nader toe te lichten. Aan partijen is ter zitting medegedeeld dat eindarrest wordt gewezen op 13 februari 2024. Ook dat eindarrest is inmiddels, gelijktijdig met deze gegeven beschikking, gewezen.
De inhoud van het verzoek
2. De kern van het verzoekschrift voorlopig getuigenverhoor van [appellant 1] en [appellant 2] houdt in dat:
[appellant 1] en [appellant 2] getuigen wensen te horen met betrekking tot hun stelling dat het economisch eigendom van de woning aan [adresgegevens] toekomt aan de nalatenschap van hun overleden moeder;
[geïntimeerde] geen aanspraak meer kan maken op de nalatenschap van hun vader aangezien [geïntimeerde] in de visie van [appellant 1] en [appellant 2] afstand van de nalatenschap van erflater heeft gedaan dan wel zijn recht heeft verwerkt ter zake de nalatenschap van erflater.
3. Uit randnummer 9 van het verzoekschrift volgt dat [appellant 1] en [appellant 2] (in ieder geval) vijf getuigen wensen te horen waaronder: [appellant 1] , [appellant 2] , [geïntimeerde] , [zus van moeder] (de jongste zuster van hun overleden moeder), [echtgenoot van zus van moeder] (de echtgenoot van [zus van moeder] ).
Het verweer
4. Door [geïntimeerde] is gemotiveerd verweer gevoerd tegen het houden van het voorlopige getuigenverhoor. Door [geïntimeerde] is in randnummer 6 van zijn verweerschrift aangevoerd dat [appellant 1] en [appellant 2] geen belang bij een voorlopig getuigenverhoor hebben althans zij hebben dat onvoldoende duidelijk gemaakt. Tijdens de mondelinge behandeling op 9 november 2023 heeft [geïntimeerde] aangevoerd dat [appellant 1] en [appellant 2] gezien de stand van de procedure geen enkel belang meer hebben bij het voorlopige getuigenverhoor.
Is er nog een belang bij de vordering?
5. Het hof is van oordeel dat [appellant 1] en [appellant 2] gezien de stand van de procedure op 9 november 2023 geen belang meer hebben bij het houden van een voorlopig getuigenverhoor. Naar het oordeel van het hof is de procedure in appel voldoende uitgekristalliseerd en is het duidelijk waar de bewijslast ligt inzake de onderhavige geschilpunten.
Proceskosten
6. Gezien de familierechtelijke verhouding en ter voorkoming dat het conflict tussen partijen nog verder oploopt zal het hof de proceskosten compenseren en wel in die zin dat ieder zijn eigen kosten draagt.

BESLISSING OP HET VERZOEK TOT HET HOUDEN VAN EEN VOORLOPIG GETUIGENVERHOOR

Het hof:
wijst af het verzoek van verzoekers tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor;
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mrs. G.G.B. Boelens, A.N. Labohm, A. Zonneveld, bijgestaan door mr. T. de Witte-Renkema als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 december 2023.