ECLI:NL:GHDHA:2023:2322
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie in hoger beroep na intrekking grieven
De verdachte werd door de rechtbank Rotterdam op 17 juli 2018 integraal vrijgesproken van het tenlastegelegde. Het openbaar ministerie stelde hiertegen hoger beroep in. Tijdens de procedure werd door het openbaar ministerie een intrekking van het hoger beroep aangekondigd, maar het hof stelde vast dat intrekking niet mogelijk was vanwege eerdere regiezitting.
Vervolgens werden procesafspraken en een afdoeningsvoorstel tussen het openbaar ministerie en de verdachte opgesteld en ondertekend. Het hof stelde vast dat de verdachte deze afspraken vrijwillig en weloverwogen heeft gemaakt, mede ondersteund door haar raadsman en familierechtadvocaat.
Op basis van deze procesafspraken en het feit dat het openbaar ministerie geen grieven meer handhaaft, verklaart het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Het hof ziet geen reden voor inhoudelijke behandeling van de zaak.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep, waardoor de vrijspraak van de rechtbank blijft staan.