Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Het verdere verloop van de procedure.
- de producties 21 tot en met 25 van Havensteder;
- het proces-verbaal van enquête van 8 februari 2022;
- de producties 26 en 27 van Havensteder;
- het proces-verbaal van contra-enquête van 12 mei 2022;
- het proces-verbaal van voortzetting van contra-enquête van 20 mei 2022;
- de memorie na enquête van Havensteder, met productie 28;
- de ‘conclusie na (contra) enquête’ van [verweerder], met producties 45 en 46.
2.De verdere beoordeling in hoger beroep
hijuit het buitenland kwam en niet dat [verweerder] in het buitenland was. [getuige 1] en [coördinator wijkoverlast] hebben echter uitdrukkelijk anders verklaard. Ten aanzien van de door [verweerder] overgelegde bankafschriften, waaruit blijkt dat [verweerder] in de buurt van het gehuurde heeft gepind, geldt dat daaruit in het licht van het voorgaande hooguit blijkt dat [betrokkene] niet naar waarheid heeft verklaard dat [verweerder] in het buitenland was. Dat [verweerder] in de woning woonde blijkt daaruit - tegenover de hiervoor besproken verklaringen - niet. Al met al overtuigen de getuigenverklaring van [verweerder] en de door [verweerder] overgelegde stukken onvoldoende om de hiervoor besproken verklaringen te ontkrachten.
bij zijn overburenwas afgeleverd.