Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
hij (op tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 12 augustus 2020 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, (telkens) heeft gepoogd om (een) onbekend gebleven persoon/personen door giften en/of beloften en/of door het verschaffen van middelen en/of inlichtingen te bewegen tot het plegen van het navolgende strafbare feit, te weten: het opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven beroven van [slachtoffer], immers heeft verdachte (telkens) met dat opzet (telkens) onbekend gebleven persoon/personen:
hij (op tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 12 augustus 2020 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, (telkens) heeft gepoogd om (een) onbekend gebleven persoon/personen door giften en/of beloften en/of door het verschaffen van middelen en/of inlichtingen te bewegen tot het plegen van het navolgende strafbare feit, te weten: het opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven beroven van [slachtoffer], immers heeft verdachte (telkens) met dat opzet:
hij (op tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot enmet 12 augustus 2020 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, (eelkens) ter voorbereiding van het te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten: uitlokken van moord en/of poging om een ander te bewegen tot moord op [slachtoffer] als bedoeld in artikel 47 lid 1 onder Pro 2 juncto 289 en/of artikel 46a juncto 289 van het Wetboek van Strafrecht, opzettelijk een voorwerp/voorwerpen, te weten bitcoins, tot het begaan van dat misdrijf, heeft verwworven en/of voorhanden heeft gehad, door (telkens) bitcoins en/of contant geld te verwerven en/of voorhanden te hebben om (een) onbekend gebleven persoon/personen te betalen voor het vermoorden van dien [slachtoffer];
hij
(op tijdstippen)in of omstreeks de periode van
1 april4 juni2020 tot en met
12 augustus1 juli2020 te ‘s-Gravenhage,
althans in Nederland, (telkens)heeft gepoogd om
(een
)onbekend gebleven persoon
/personendoor giften en
/ofbeloften
en/of door het verschaffen van middelenen
/ofinlichtingen te bewegen tot het plegen van het navolgende strafbare feit, te weten: het opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven beroven van [slachtoffer], immers heeft verdachte
(telkens)met dat opzet
een(telkens)onbekend gebleven persoon
/personen:
en/of te laten plegen en
/of (vervolgens
)
/ofeen foto van die [slachtoffer]
en/of de locatie(s) waar die [slachtoffer] werkten
/ofde omgeving waar die [slachtoffer] woont en
/ofde locatie waar die [slachtoffer] de parkeergarage uit komt rijden en
/ofde kleur en het kenteken van de auto waarin die [slachtoffer] rijdt verteld
/doorgegevenen
/of
/doorgegevendat de moord in Amsterdam dient plaats te vinden en
/of dat de moord dient te worden gepleegd op het moment dat die [slachtoffer] alleen is en/of
/ofeen bonus in het vooruitzicht gesteld van 800 dollar als de moord uiterlijk op 10 juni 2020 en
/ofvan 500 dollar als de moord uiterlijk op 15 juni 2020 zou worden gepleegd en
/of
althans enig geldbedrag,in bitcoins, betaald;
hij
(op tijdstippen)in
of omstreeksde periode van
4april 2020 tot en met 1
2 augustusjuli2020 te 's-Gravenhage,
althans in Nederland, (telkens)ter voorbereiding van het te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten: uitlokken van moord
en/of poging om een ander te bewegen tot moordop [slachtoffer] als bedoeld in artikel
47 lid 1 onder 2 juncto 289 en/of artikel 46a juncto289 van het Wetboek van Strafrecht, opzettelijk
een voorwerp/voorwerpen, te weten bitcoins, tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad
, door (telkens) bitcoins en/of contant geld te verwerven en/of voorhanden te hebben om (een) onbekend gebleven persoon/personen te betalen voor het vermoorden van dien [slachtoffer].
de voortgezette handeling van
poging tot uitlokking van moord
en
voorbereidingshandelingen van uitlokking tot moord.
BESLISSING
de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking.
gevangenisstrafvoor de duur van
7 (zeven) jaren en 10 (tien) maanden.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
€ 16.091,62(zestienduizend eenennegentig euro en tweeënzestig cent)
materiële schadeen
€ 15.000,00(vijftienduizend euro)
immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 722,00(zevenhonderdtweeëntwintig euro) aan
materiële schadeaf.
€ 31.091,62(eenendertigduizend eenennegentig euro en tweeënzestig cent) bestaande uit € 16.091,62 (zestienduizend eenennegentig euro en tweeënzestig cent) materiële schade en € 15.000,00 (vijftienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
15 februari 2021.
mr. M.A.J. van de Kar, en mr. V.M. de Winkel, in bijzijn van de griffier mr. C.M. Jellema.