ECLI:NL:GHDHA:2023:288
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake verzoek vervangende toestemming verhuizing minderjarigen en zorgregeling
De moeder verzocht om vervangende toestemming om met haar drie minderjarige kinderen te verhuizen naar een andere stad en om de zorgregeling en schoolkeuze aan te passen. De rechtbank wees dit verzoek af. De moeder ging in hoger beroep en stelde dat haar belangen zwaarder wegen en dat de verhuizing noodzakelijk en goed voorbereid is.
De vader verzette zich tegen de verhuizing, betwistte de noodzaak en stelde dat de kinderen in hun huidige woonplaats moeten blijven vanwege hun sociale en sportieve bindingen. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde eveneens dat het in het belang van de kinderen is om in de huidige woonplaats te blijven vanwege de loyaliteitsconflicten en de sterke onderlinge band.
Het hof overwoog dat de belangen van de kinderen voorop staan, maar ook andere belangen kunnen meewegen. Na zorgvuldige afweging concludeerde het hof dat de moeder onvoldoende heeft aangetoond dat er een objectieve noodzaak is om te verhuizen en dat het belang van de kinderen, met name van de oudste die geestelijke gezondheidsproblemen heeft en sterk geworteld is in de huidige woonplaats, zwaarder weegt. Het hof bekrachtigde daarom de bestreden beschikking en adviseerde de moeder haar verhuisplannen te heroverwegen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en wijst het verzoek van de moeder tot vervangende toestemming voor verhuizing af.