ECLI:NL:GHDHA:2023:305
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing verlaagd btw-tarief op besloten dansfeesten afgewezen
Belanghebbende organiseerde besloten themafeesten met toegangscontrole, strikte kledingvoorschriften en optredens van dj’s en dansers. Zij bracht omzetbelasting in rekening tegen het verlaagde tarief, maar de Inspecteur legde naheffingsaanslagen op en bracht belastingrente in rekening. De Rechtbank wees het beroep af, waarna belanghebbende in hoger beroep ging.
Het Hof stelde vast dat de feesten vergelijkbaar zijn met dance party’s waarbij muziekuitvoeringen plaatsvinden. Het verlaagde tarief is van toepassing indien bezoekers primair betalen voor het optreden van artiesten. Het Hof concludeerde dat de feesten van belanghebbende inderdaad muziekuitvoeringen zijn, ondanks het erotische karakter en de bijzondere kledingvoorschriften.
Het Hof oordeelde dat het doel van de bezoekers het dansen en feesten is en niet het ontmoeten van gelijkgestemden. Het verlaagde tarief is daarom van toepassing. Tevens werd een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toegekend en werden proceskosten en griffierechten aan belanghebbende vergoed.
De uitspraak van de Rechtbank, de uitspraken op bezwaar, naheffingsaanslagen en rentebeschikkingen werden vernietigd. Het Hof gelastte teruggaaf van omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2018 en veroordeelde de Inspecteur in de kosten en schadevergoeding.
Uitkomst: Het Gerechtshof vernietigt de naheffingsaanslagen en past het verlaagde btw-tarief toe op de besloten dansfeesten van belanghebbende.